HOME WEER & RADAR NUTTIGE INFO PUZZEL- FUN- HOROSCOOP RESIDENTEN BUSDIENSTEN APOTHEKERS TENERIFE CONNECT TNT DOWNLOADEN ADVERTEREN-ABONNEREN CONTACT-COLOFON REACTIE VAN DE LEZER

Foto van de maand

(Klik op de foto voor groot formaat)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

FACEBOOKGROEP KORT NIEUWS vlaggen TIPS & TRIPS COLUMNS
TNT ONLINE LEZEN Facebook-Groups-e1291281035929

Laatste update

      01-11-2019

Twitter-icon-TatarLawFirm Magnify green large WebcamqTenerife link2

 

 

Programmas Magnify green large PlayaBeach LogoTNT-Transparant F_tekst cover1 D_eXoBDWsAA4xyF

                                       

                   

 

 

 

 

 

 

 

 

Het volledige Ten Bel-verhaal kun je lezen in het boek 'Alles over Tenerife'

 

 

 

 

 

Deel 1 - Het ontstaan en de ontwikkeling

 

Over het vakantiecomplex Ten Bel is reeds heel wat inkt gevloeid. Zowel voor, als gedurende, als na de realisatie zijn talloze artikels, reportages en reacties over het vakantiedorp de revue gepasseerd. Zelfs anno 2016 is er nog een niet onaardige hetze ontstaan na een reportage van Annemie Struyf over Tenerife. Niet het mooie eiland, niet de cultuur en niet de toeristische plaatsjes kwamen overvloedig in beeld, wel de teloorgang van een deel van Ten Bel.

 

Ten Bel, het eens zo majestueuze vakantieoord in Tenerife, door een Belg op poten gezet, heeft een heel bewogen geschiedenis achter de rug. Een overzicht...

 

Bezieler, oprichter en visionair Michel Albert Huygen werd geboren in Hoevenen op 7 februari 1917, in volle oorlog, en groeide op in het café van zijn ouders. Hij zat reeds snel tussen de grote mensen en niemand weet of zijn carrière dáár leven werd ingeblazen. In ieder geval wist hij heel snel zijn commerciële talenten te ontwikkelen.

Begin jaren ’60 was hij eigenaar en zaakvoerder van ‘Den Arel’. Niet zomaar een bedrijf, maar Belgisch' grootste radio- en tv-fabriek waar 1.800 mensen werkten. Ooit zei hij: “te groot om klein te zijn en te klein om

groot te zijn”. In deze tijdsgeest ontstond sociaal ongenoegen en ontevredenheid waarbij

de vakbonden eisen begonnen te stellen aan de werkgevers. Eerst wilde men meer loon,

daarna werd een extra week vakantie afgedwongen en toen men begon te hengelen naar

nog meer vakantie is de ‘frank’ van Meneer Huygen gevallen. “Als iedereen meer vakantie

krijgt, stap ik in het toerisme en ga ik daar geld verdienen” was zijn devies en hij verkocht

in 1964 zijn fabriek voor, naar verluidt, vijftig miljoen BEF.

 

Hij was op zoek naar een plek om te investeren in de toeristische sector en dat zou niet

aan de Belgisch kust zijn. Neen hoor, hij zocht naar een zonnige plek en zette experten

aan het werk op zoek naar deze geschikte locatie. Congo, Zuid-Afrika, Libanon en de

Canarische Eilanden waren het resultaat van de opzoekingen waar de noemer ‘constante zonnige bestemming’ op stond.

Huygen was politiek onbedreven maar voelde als geen ander waar het wel eens fout kon gaan en door zijn visionair aanvoelen werd Tenerife als locatie goed bevonden.

Begin jaren ’60 was er van massatoerisme nog geen sprake en afstanden waren groter dan nu en lagen nog veel te ver uit elkaar. Toen vloog je met een DC-6 van Brussel naar Tenerife (Los Rodeos) en zat je 9 uur aan boord van een luidruchtig propellervliegtuig. Mensen dachten dat Tenerife aan de andere kant van de wereld lag en dat probleem moest Michel Huygen overwinnen. Niet alleen investeren was belangrijk, de klanten er naar toe

brengen was even noodzakelijk.

Huygen komt eerst aan in Puerto de La Cruz, toen reeds een levendige toe-

ristische metropool en hij vroeg de eigenaar van het hotel én burgemeester

wat de mogelijkheden waren om het regenachtig klimaat in het noorden

te ontvluchten. Het antwoord was duidelijk en veelbetekenend;  

“De bus in en langs de Teide naar het zuiden, daar is het altijd goed weer”.

De rit naar het zuiden duurt vier, hooguit vijf uur en Michel is tevreden.

Daar vindt hij het klimaat dat hij voor ogen had. Minimum 300 dagen zon

en weinig regen waren de elementen die hij later in verschillende campag-

nes zou gebruiken. Het kon toen reeds niet meer verkeerd aflopen.

 

Eerst koopt hij een lap grond in Arico maar een eindeloze administratieve rompslomp is er teveel aan en hij verkast naar een woestijngebied binnen de gemeente Arona. Tussen de Teide en de oceaan is er… niets. Veel cactussen, een aantal plantages en een paar kleine vissershuisjes die Las Galletas moeten voorstellen.

Wij schrijven en zeggen 1964. Hij wilde geen hotel, maar een complex waar activiteiten en evenementen zouden worden georganiseerd. Er moest iets komen met zwembaden, tennisvelden, met eet- en drinkgelegenheden, met een feestzaal.

Hij kocht een lap grond van 44 hectaren aan 68 peseta’s (€ 0,40) per vierkante meter aan een latisfunda, een grootgrondbezitter met de naam José Antonio Tavio. Als hij tien jaar later grond bij koopt

betaalt hij 1.500 peseta’s per m². Daar was hij efkes niet goed van...

maar wat moest, zou gebeuren.

Ondertussen is ook de naam van het complex bekend. Analoog aan

grote korte namen uit die tijd zoals Kodak, Didak, Schoten, Arel… krijgt

de hele handel de naam Ten Bel opgespeld, wat een samenstelling is

van Tenerife en België.

 

In 1964 neemt hij Maggy Van Dam in dienst als marketing manager en

dit blijkt een gouden zet te zijn. Ruim 25 jaar stond de ijzeren dame

aan zijn zijde. Ze werd smalend Maggy ‘Thatcher’ genoemd of ‘de schrik

van Ten Bel’. Zelf zegt ze een stevig karakter te hebben maar dat was

nodig om het zo lang vol te houden.

 

Maanden aan een stuk heeft Huygen terrein geëffend met zware ma-

chines, hij sleepte tonnen dynamiet aan om gigantische rotsblokken

op te blazen. Zes maanden heeft dat geduurd.

Nu was hij klaar om zijn tienduizend-bedden-complex op te bouwen. Dat doe je natuurlijk niet alleen. Daar zoek je bouwvakkers voor en hij rekruteert de arbeiders in de wijde omgeving.  

Zo worden Alborada, Drago, Géminis, Maravillas, Bella Vista, Frontera, Primavera, Eureka geboren.

 

Bella Vista is het eerste park dat klaar werd gestoomd. Een residentiële wijk met bungalows waar middenin het restaurant El Kiosco wordt neergepoot. Daar kon je maar twee gerechten eten; kip en entrecôte.

Als eindverantwoordelijke moet Michel Albert gedurende de opbouw ophoesten tegen tal van problemen; hoe geraak je midden deze woestijn aan zoet water bijvoorbeeld. Daarvoor kocht hij een waterberg en liet smeltwater door kilometers lange leidingen vloeien. Later kocht hij zich in in een watermaatschappij.

Hij kocht verschillende finca’s waar hij palmbomen, struikgewassen, bloemstruiken en planten liet kweken om later te verplanten naar zijn complex.

Elektriciteit was dan weer een ander probleem, geen enkele maatschappij voedde deze regio met elektriciteit. Dan zette hij zelf maar een elektrogroep, een joekel van een machine, maar dat volstond niet. Uiteindelijk stonden er vijf generatoren naast elkaar te brommen om 24/24 en 7/7 elektriciteit te genereren.

 

Bouwen is één zaak, verkopen en verhuren is een andere.

Koop- en verhuurcontracten of timesharing avant la lettre, was toen al in gebruik in Franse skigebieden en dat systeem zou Huygen ook toepassen in zijn marketingstrategie binnen het Ten Bel-project.

Je koopt een bungalow, een appartement of een studio en je laat de exploitatie aan Ten Bel over. Deze verhuurt de panden door en de eigenaar ontvangt een gegarandeerde opbrengst plus twee weken vakantie op kosten van Ten Bel.

Dit blijkt een briljant idee maar hoe krijg je kopers uit Vlaanderen 3.000 kilometer verderop om het aanbod aan de man te brengen? Opnieuw vindt Meneer Huygen de oplossing.

 

Eind de jaren ’60 zijn lijnvluchten schaars en duur, chartervluchten onbestaand. Voor ieder probleem blijkt Michel Albert Huygen een oplossing te vinden. Ook het transportprobleem lost hij genadeloos en

relatief snel op. Hij koopt bij Swiss Air een Caravelle, in die tijd het meest

moderne lijnvliegtuig, en maakt er een full-first-class vliegtuig van.

Hij plaatst er 65 luxezetels in, zorgt vooral voor veel beenruimte en laat de nodige

champagne aanrukken om rijkelijk te laten vloeien gedurende iedere vlucht.

Hij overlaadt de kandidaat-investeerder met gastronomische gerechten en stoomt

de potentiële kopers reeds klaar voor een probleemloze aankoop.

De vakantie of noem het, de plezierreis begon reeds in Zaventem en kostte slechts

5.000,- BEF. Fabrikanten, nijveraars en kleine zelfstandigen ondernamen de reis van

hun leven. Sommigen stapten met koffers vol geld uit de Caravelle en kochten niet één,

maar verschillende panden in het resort Ten Bel.

 

Señor Michel was niet alleen de god voor veel mensen, maar hij was zeker de goeroe van de lokale bevolking. Hij bracht rijkdom en welzijn naar het dorre zuiden, en iets wat nooit tevoren op deze plek was vertoond; vertier. Hij bezat charisma en straalde autoriteit uit. Altijd piekfijn gekleed, met strikje. Een vlinderdas knopen deed hij een halve minuut sneller dan een das knopen; efficiëntie boven alles.

 

Tot midden de jaren ’70 loopt de verkoop als een trein en vliegt de Caravelle als een shuttle tussen Ten en Bel. Ontelbare kandidaat-kopers worden overgevlogen en het meerendeel onder hen koopt en belegt in het vastgoedverhaal van Huygen. Verkopen was makkelijker dan verhuren, wist Maggy Van Dam te vertellen. Je moet een vastgoed maar één keer verkopen terwijl je datzelfde stekje vele keren moet verhuren om aan je contractverplichtingen te voldoen.

Dus wordt er een nieuwe strategie uitgewerkt om voldoende hurende toeristen naar Ten Bel te krijgen.

In 1968 richt Maggy Van Dam ‘Ten Bel Touring’ op die de touroperator van en voor Ten Bel wordt. Om het groeiende aantal huurders over te vliegen sluit ‘Ten Bel Touring’ een overeenkomst af met de Spaanse chartermaatschappij Spantax. Minimum één vlucht heen en terug per week; in het weekend vloog men ‘eerste klas’, in de week vloog je economie. Zo konden de kopers en de huurders een beetje uit elkaar gehouden worden. Deze manier van werken sloeg aan en genoot veel bijval. Zoveel zelfs dat SABENA toen is gestopt met haar lijnvluchten op Tenerife.

Nog later werden Ten Bel Touring-kantoren geopend in Frankrijk, Noorwegen en in het Verenigd Koninkrijk en van daaruit werden ook toeristen overgebracht. De touroperator zorgde zelfs voor chartervluchten uit

New York en Boston.

 

En Huygen werkte onverstoord verder aan zijn complex. De oppervlakte van het domein

vergroot voortdurend, wegen en banen worden aangelegd, nog meer zwembaden worden

uitgegraven, nog meer restaurants moeten de hongerige toerist voeden. Het domein wordt

zo groot dat er inmiddels een minitrein rondrijdt van de ene uithoek naar de andere.

 

De beste marketingzet ooit was de slogan ‘Één dag zonder zon, geld terug!’ Dit werd in

Belgenland door de pers weggelachen als een onbezonnen valse en onrealistische publi-

citeitsstunt. Als het dan eens regende schoven de toeristen aan de receptie voorbij om

hun ‘regengeld’ op te eisen. Ze kregen inderdaad 500 peseta’s terugbetaald en doordat het regende of geregend had bleven de toeristen in de bars en restaurants van Ten Bel hangen en verteerden een veelvoud van 500 peseta’s aan eten en drank. Extra winst, kassa, kassa.

 

Het klimaat spreekt de mensen aan, het wintertoerisme is geboren, de overwinteraars blijven terugkomen. Met temperaturen boven de 20° Celsius is de winter ook the place to be voor mensen met ademhalingsproblemen of met aandoeningen aan spieren of pezen. Iedereen die hier komt geneest op een spectaculaire manier. Lichaamspijnen ebben weg als sneeuw voor de zon. Dit is de beste reclame die Ten Bel ooit kreeg. Meneer Michel was op een bepaald moment in verregaande gesprekken om op het eiland een nierdialysecentrum te openen. Finaal is de deal niet doorgegaan omdat de kliniek uit Brugge niet met de nodige centen over de brug is gekomen.

 

In elk deeldomein was er steeds wel iets te doen; animatie voor groot en klein, voor jong en oud. Topentertainment kreeg je voorgeschoteld in de centrale evenementenhal La Ballena, die toen de feestzaal werd genoemd. Iedere dag kwamen en gingen er Belgische artiesten: Eddy Wally, Anneke Christy, Nicole en Hugo, Willy Sommers, Jimmy Frey, violist Eddie De Latte en zelfs de piepjonge Frank Valentino passeerden de revue.

 

De restaurants boden vooral werkgelegenheid aan de lokale inwoners van het eiland, die ook nog verdienden wat ze nooit tevoren hadden verdiend. Om op te dienen hoef je geen opleiding; enkel een

charmante glimlach, een galante stap en een beetje stabiliteit in handen en

armen waren voldoende om de duizenden toeristen te bedienen.

In het strategisch marketingplan werd een zaak over het hoofd gezien: de obers

spraken enkel Canarisch, de toeristen waren veelal polyglotten maar spraken

niet de lokale taal. Er waren dus, meer dan eens, geschillen tussen service en

klant en daar zat Huygen mee verveeld.

Als visionair, bezieler en realisator tovert hij opnieuw een oplossing uit zijn hoed

en wordt meteen de uitvinder genoemd van het selfservice-restaurant. Gedaan

met perikelen rond spraakverwarringen en taalonenigheden. De klanten kunnen

vanaf nu hun eigen menu bij elkaar kiezen. Opgelost, probleem.

En zo kwam Albert Huygen meermaals met oplossingen voor de dag waar menig van zijn medewerkers reeds een tijdlang mee zaten.

 

In de marge van de realisatie van Ten Bel waren nogal wat landgenoten naar Tenerife gekomen die dachten om een graantje mee te pikken van het massatoerisme in Ten Bel en rond het vakantiedomein

kwamen al snel eet- en drinktentjes die de gasten naar buiten moesten lokken.

Huygen wilde het domein afrasteren om de toeristen binnen te houden.

Barelen met bewakers zouden moeten zorgen voor een groter veiligheidsgevoel,

maar dit was een drogreden. Hij wilde het vertier en het amusementsaanbod binnen

het domein houden maar dat werd niet in dank afgenomen van de ondertussen talrijke

eigenaars. ‘Parasieten’, zo noemde Huygen de inderhaast meegezwermde toeristen die

wilden profiteren van het succes van Ten Bel. Zoals steeds had hij ook daarop een

passend antwoord: hij bouwde de ‘put van Ten Bel’, een lager gelegen vlakte met

daarin het eerste ‘Centro Comercial’ in het zuiden van Tenerife met winkels, bars en

restaurants.

Daar waar op vandaag nog steeds het oudste Belgische etablissement van Ten Bel is gelegen en waar iedere zondagmiddag  honderden overwinteraars vrolijk dansen.

Terug

Ten Bel, de geschiedenis

1236201_10151704743934735_469727045_n Koop uw eigen stekje voor 8.000 euro - 1966 10629821_10202504782042835_8171797009277118264_n 10322764_10202704343031735_5244237100189177190_n 10702038_10204165508169818_3322628711686841596_n SR_Caravelle maxresdefault 0_17657_1 (1)

Deel 2 - De teloorgang

 

Begin de jaren '60, een onooglijke plaats nabij het kleine vissersdorpje Las Galletas, enkel fincas en cactussen sieren de stoffige buurt. Michel 'Jhon' Huygen plantte een vlag in dat gebied alsof hij het wilde claimen en jawel, in 1963 gaf hij het startschot van een massa-toeristisch experiment zonder voorgaande. Ten Bel, Tenerife-België, zal het epicentrum worden van vertier en onbezorgdheid waar honderdduizenden Vlamingen zich in de loop der jaren kwamen amuseren.

Michel Albert Huygen begon met de bouw van Ten Bel. Eerst met het deel dat Carabela heet. Later volgden Eureka, Bellavista, Géminis, Drago, Frontera, Primavera, Maravilla en Alborada. In de hoogtijdagen van de jaren tachtig waren er zo'n 5.200 bedden beschikbaar voor vakantiegangers. Ten Bel herbergde tevens het eerste winkelcentrum in het zuiden van het eiland. Het gebied ligt ongeveer 19 kilometer van Arona en maakt er deel van uit. Er wonen ruim 7.000 mensen waarvan een groot deel in Ten Bel. Sinds 2010 is het aantal inwoners hier behoorlijk gedaald.

Het gebied werd stiefmoederlijk behandeld en het openbaar karakter zakte significant weg, de dieperik in.

 

Hierna, in het tweede deel van een reeks over Ten Bel kun je lezen hoe een leven wordt gedwarst door toevalligheden met een grondgerichte spiraal als gevolg en een catastrofaal orgelpunt als finale.

 

De teloorgang van Ten Bel heeft niets te maken met de teloorgang van de Waterhoek. Het zijn twee verschillende attributen die in twee verschillende toneelstukken verschijnen alhoewel ze één raakvlak hebben. Ze werden beiden gedomineerd door factoren die vanuit de kern zijn ontstaan; van binnenin zijn ontsproten. Weinig externe zaken hebben beide acts gedomineerd, de interne factoren waren daarentegen wel dominant aanwezig.

 

Het startschot van het massatoerisme op Tenerife werd gegeven in 1964 door een visionair, door iemand die op het gevoel afging. Het aanvoelen van hoe je zaken moet doen kun je onmogelijk in richtlijnen gieten en zo begon Michel Huygen aan zijn monsterproject. Het ethisch centrum zorgde voor succes na succes. Ten Bel was een toverwoord geworden, de goochelaar van dienst was Señor Jhon, later bijgestaan en opgevolgd door zijn zoon Jan die als lid van het directiecomité instapte in een vakantiecomplex zonder complexen.

 

We starten onze wandeling op de ‘Plaza Jhon Huygen’, eens het trotse centrum van Ten Bel. Het kloppende hart van toen heeft het infarct niet overleefd en ligt er desolaat bij. Vroeger was het groen en weelderig, vandaag is het bruin en stofferig. Elke dag waren er op het domein 25 hoveniers aanwezig om in het groenonderhoud en de netheid van de gemeenschappelijke tuinen te voorzien, nu is er niemand die zelfs nog eens komt kijken. Het bruisend ritme van weleer is verdwenen wanneer het orkest is gestopt met spelen.

 

De ondergang van Ten Bel is begonnen 10 jaar na de oprichting ervan. In 1973 krijgt Spanje en de rest van Europa te maken met de oliecrisis en bovendien leeft het land in een oorzakelijk verband met het dictatoriaal regime van president Franco waarbij de armzalige economie ook nog eens werd getroffen door een loeiharde inflatiecrisis. Deze periode valt ongeveer samen met de bouw van Maravilla en daardoor vallen de werken aan dat complex meer dan één keer stil.

 

Ten Bel was vooral nog niet volledig opgebouwd wanneer de inflatie scoorde en wanneer financiën en andere middelen daalden.

 

In één jaar tijd stegen de prijzen van bouwmaterialen met meer dan 50% en zwiepte de kostprijs van het bouwproject 75% naar omhoog. Door het feit dat de appartementen in 1973 werden verkocht tegen een vaste prijs - ook een verkoop op plan genoemd - kregen Michel Huygen en de zijnen een serieus cashflowprobleem binnen hun financieel beleid.

 

Waar meneer Michel, Jhon voor de Canariërs, eerst een soort afgod was voor de lokale bevolking omdat hij had gezorgd voor werkgelegenheid en een betere levensstandaard, krijgt hij vanaf 1975 tegenwind in de zeilen.

 

In 1975, na de dood van dictator Francisco Franco, breken in Spanje woelige dagen uit. De vakbonden konden zich ontdoen van het corporatistische juk en de communisten stookten een gigantisch vuur om meer te verdienen en minder te werken. Om de haverklap werden op Ten Bel werken in uitvoering onderbroken door de bouwvakkers om hun onvrede te manifesteren. Temeer omdat rond deze periode ook het bouwproject ‘El Chaparal’ in de steigers stond en de arbeiders op deze bouwwerf 40% meer loon zouden ontvangen.

 

Maggy Van Dam, de flamboyante medewerkster van Michel Huygen die vanaf het begin aan zijn zijde stond, heeft op een bepaald moment de bouwvakkers tot de orde geroepen. Ze stelde voor om de bouwplanning verder af te werken zoals was voorzien en ze bood prompt 15% meer loon aan. Te nemen of te laten en diegenen die met dat voorstel niet akkoord gingen mochten onmiddellijk vertrekken (naar El Chaparal). Desondanks zijn er slechts twee weggegaan, de rest is gebleven.

 

Dit is naar grote waarschijnlijkheid de enige oorzaak die van ‘buiten af’ in het Ten Bel-verhaal is geslopen. Al de overige redenen van de neerwaartse spiraal moeten als oorzakelijk verband gezocht worden binnen de werking van Ten Bel.

 

Michel Huygen was rond deze periode ook veel in Congo. Hij wilde aan het Kivumeer een nieuw resort bouwen, midden in de brousse en ver van enige luchthaven of bewoonde wereld. De tijd en de energie die hij bij Mobutu spendeerde kon hij niet besteden aan het Ten Bel-project en of dat nog niet genoeg was begonnen de investeerders in Ten Bel in de tweede helft van de jaren ’70, en vooral in het begin van de jaren ’80, hun ongenoegen te uiten. De eigenaars bleken niet meer te beseffen dat ze de huur van het aangekochte vastgoed ‘onder voorwaarden’ aan Ten Bel hadden overgedragen en dat zij daarvoor een vergoeding ontvingen van 10% van de verhuuropbrengst. Zij zagen het als hún eigendom in een verkaveling en dat was het in geen geval. Het was een soort timesharing avant la lettre.

 

Het geheel werd uitgebaat als een moderne ‘comunidad’ en je mocht je stekje niet zomaar een ander kleurtje geven als je dat wilde. De eigenaars moesten zich houden aan de regels die zij hadden ondertekend. En bovendien werd Ten Bel strikt en streng bestuurd, ook wat betrof het onderhoud van de gemeenschappelijke delen.

 

Het rendement van de investering daalde met de jaren want de inflatie doet de inkomsten dalen en de uitbating wordt alsmaar duurder. Vooral de personeelskost slokt een groot deel van het budget op. Om dit het hoofd te kunnen bieden wordt er een werkingsbudget opgesteld waaraan de eigenaars 3,2% moeten bijdragen.

 

De eigenaars zijn niet tevreden met deze meerkosten en gaan zich verenigen. Wie vóór Huygen was is er nu tegen Huygen en ze weigeren in groep deze extra kost te betalen. Nochtans blijkt de netto-uitkering aan de eigenaars na deze aftrek nog meer dan 6% te bedragen. Goed betaald vind de bedenker en oprichter van Ten Bel, te weinig rendement denken de eigenaars. De perfecte vergelijking vind je terug in de verhouding ‘koop versus verkoop’ van iets. Als verkoper wil je de maximumprijs, als koper wil je liefst de laagste prijs betalen.

 

We zeggen en schrijven 1979. Talloze vergaderingen, tientallen voorstellen en een paar verzoeningspogingen gaan de mist in. Er volgt op diverse fronten een juridisch debacle. Voor Spaanse en Belgische rechtbanken worden procedures gevoerd en de spiraal die Ten Bel heet richt zich ten gronde. ‘Jhon’ Huygen was een visionair, hij ondernam met een visie maar was onbekwaam in sociale contacten en dito correlaties en dat zal hem duur te staan komen.

 

De eigenaars slaan een eigen weg in zonder zich te bekommeren over het exploitatiecontract die ze hadden afgesloten met Ten Bel en beginnen hun eigen stekje eigenhandig en op eigen verantwoordelijkheid te verhuren. Een aantal eigenaars verkopen hun investering omdat die niet het verwachte rendement oplevert. Ondertussen gaan de procedures voor de rechtbanken hun gang met aanklachten als ‘het onrechtmatig monopoliseren van de verhuur’ en ‘de stilzwijgende verlenging van het exploitatiecontract’. Nochtans verloopt alles volgens de spreekwoordelijke letter van de (Spaanse) wet, zegt Jan, zoon van…

 

Door al het juridisch gedoe en gekibbel loopt Ten Bel achter met de uitbetalingen van de huuropbrengsten en lopen de spanningen op. Eigenaars laten midden in de nacht de sloten veranderen, er worden her en der relletjes geschopt en finaal laat Ten Bel een omheining optrekken en stuurt een bewakingsfirma op pad om rebellerende eigenaars buiten te houden. De politie erbij halen was geen optie omdat die mannen maar ter plaatse komen indien er een misdrijf wordt gepleegd. En hier is geen sprake van een misdrijf.

 

De orde en de netheid van de gemeenschappelijke openbare delen verliest op dat ogenblik aan kracht en aan belangrijkheid door de ontbrekende financiële mogelijkheden. Daardoor schakelt de verloedering nog een versnelling hoger. Ondertussen worden er juridische veldslagen gevochten. Er zitten bressen in de contracten en de aanvallers maken daarvan gebruik om de vestiging aan te vallen en binnen te dringen.

 

Onrechtmatige hypotheken, piepkleine rendementen, hoge kosten, nooit verleden koopaktes, waardeloze aandelen en een niet-transparante bedrijfsstructuur doen de Ten Bel-directie de das om.

 

In 1988 worden Michel Huygen, zoon Jan en schoonzoon Karel Vissers doorverwezen naar de correctionele rechtbank op beschuldiging van oplichting en misbruik van vertrouwen. Twee jaar later, in 1990 worden ze alle drie vrijgesproken van deze feiten zonder dat het openbaar ministerie had aangedrongen op een strafmaat.

 

De aanklagers gaan in beroep. Ten Bel begint te zwalpen, het is nog een kwestie van tijd eer het schip zal opgeslorpt worden door de golven die het Canarische eiland Tenerife omgeven, want de exploitatie van het geheel is reeds geruime tijd verlieslatend. Ook de touroperators kunnen het Ten Bel-project geen nieuw leven inblazen. Ook niet Marcel Vangeel, de CEO van het Oostendse Thermae Palace kan hier geen soelaas brengen. Temeer omdat Vangeel stierf aan een hartaanval vooraleer hij het volledige project op een nieuw spoor had kunnen zetten.

 

Wie dacht dat het verhaal hier een einde kent heeft het verkeerd voor. Het vervolg van het verhaal is dat een Majorcaanse hotelgroep de uitbating overnam en het boeltje nog meer heeft uitgezogen. Helemaal leeggemolken laten ze Ten Bel voor wat het is en vertrekt deze groep met de noorderzon.

 

De resterende eigenaars, nu niet meer gehinderd door en gebonden aan de strakke contracten met Ten Bel, verkopen ‘en masse’ hun eigendommen. De verschillende complexen gaan over in woongemeenschappen die wettelijk geregeld worden door de ‘syndic’ of ‘comunidad’ die systematisch de residentiële domeinen omheind. De openbare gemeenschappelijke delen worden geclaimd door de gemeente Arona. In 2008 wordt politiek geëngageerd en financieel geïnvesteerd in het gebied. Daarna viel het allemaal weer stil door een nieuwe economische recessie en de verloederde plaatsen bleven er even verloederd bij liggen. Je weet wel welke plaatsen ik bedoel; deze die Annemie uitvoerig heeft getoond in haar mislukte reportage ‘Overwinteren in Tenerife’.

Ooit was er sprake dat er een 5*-hotel zou gebouwd worden op deze plaats en dat er bij dit nieuwe project een ex-voorzitter van Real Madrid zou betrokken zijn. Maar dat ‘ooit’ is nooit meer teruggekeerd.

 

Op 24 januari 1992 wordt de toen 75-jarige Michel Huygen uit het niets veroordeeld door de achtste kamer van het Hof van Beroep van Antwerpen tot vijf jaar gevangenisstraf en een boete van 180.000 BEF voor zwendel. Zijn zoon Jan en zijn  schoonzoon Karel Vissers worden beiden veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf met één jaar opschorting en een boete van 60.000 BEF. Negenenzeventig burgerlijke partijen hebben hun slag thuisgehaald en worden één frank morele schadevergoeding toegekend.

 

EPILOOG

Het gebied ligt ongeveer 19 kilometer van Arona en maakt er deel van uit. Er wonen ruim 7.000 mensen waarvan een groot deel in Ten Bel. Sinds 2010 is het aantal inwoners hier behoorlijk gedaald.

Het gebied werd door de gemeente Arona steeds stiefmoederlijk behandeld en het openbaar karakter zakte significant weg, de dieperik in.

Niet iedereen was en is gelukkig met het wegkwijnen van een locatie die ooit als toonvoorbeeld voor het massatoerisme in Tenerife had gediend. Maar er is nu ook goed nieuws.

In het Canarisch Staatsblad, het BOC nº 25 van vrijdag 6 februari 2015 is een decreet verschenen waarin de herwaardering van het gebied wordt beschreven en aan welke criteria de rten_bel_tenerife_5enovaties moeten voldoen.

Daarin staan 45 actiepunten die passen in het Bijzonder Plan van Aanleg. De inplanting van een nieuw park of plein, aanpassing van de wegen in het commerciële centrum, de aanleg van een fietspad, verbetering van de kruispunten, aanleg van voetpaden, renovatie van opritten en aanpassing van openbare parkeerplaatsen.

Ook op commercieel vlak wil men de bestaande infrastructuur nieuw leven inblazen. Een nieuwe exploitatie van het commercieel terrein naast de Avenida Jose Antonio Tavio en nieuwe tennisbanen en ‘paddle courts’ zijn daar het voorbeeld van. Verder is er een Shopping Center voorzien in Punta del Viento, een commerciële uitbating van twee verdiepingen hoog. In de huidige sportzaal komt er een compleet uitgeruste fitnessruimte met sportwinkels in de rand ervan. Er is ook sprake van een nieuw winkelcentrum naast de Polyphemusstraat; de vraag is enkel: wordt dat niet een beetje te veel? Wat wel ruimte zal scheppen is de herinrichting van het verkeersvrije gebied rond 'Polyphemus Ten Bel' waarbij het gebied zal verbonden worden door een magisch vierhoekig plein.

 

David Perez, gemeenteraadslid van Arona, vindt dat het verlies van duizenden bedden op de Costa moet afgewend worden en dat het nu hoog tijd wordt om deze plek op te waarderen met een diepgaande en goed overdachte transformatie.

Of laten wij het over aan de diverse 'verenigingen van eigenaars' die reeds lang geloven in de leefbaarheid van hun complex en reeds vele jaren investeren in de renovering van hun Ten Bel-complex.

 

Op deze manier gaat het werk van wijlen Michel ‘Jhon’ Huygen misschien toch niet verloren en kan de Vlaamse visionair en bouwheer na meer dan 50 jaar sinds de start van Ten Bel misschien in een mooi gedenkhoekje geplaatst worden. Of misschien kan de ‘Plaza Jhon Huygen’ opnieuw opgewaardeerd worden.

Gewoon… als eerbetoon.

Ten Bel, de geschiedenis

Deel 3 - Vandaag

 

Twee gewichtige reportages hebben Ten Bel beschreven over haar rijke en boeiende geschiedenis. Twee hoofdstukken over het bestaan van het eerste vakantiecomplex in Tenerife, enerzijds de opgang en het succes, anderzijds een anticlimax en de afgang werden in detail uitgelicht en beschreven.

 

We startten in 1963 en eindigden op 24 januari 1992 wanneer negenenzeventig burgerlijke partijen hun slag hebben thuisgehaald en één frank morele schadevergoeding worden toegekend. De toen 75-jarige Michel Huygen wordt  veroordeeld door de achtste kamer van het Hof van Beroep van Antwerpen tot vijf jaar gevangenisstraf en een boete van 180.000 BEF voor zwendel.

 

Anno 2016 heeft de Canarische pers ook haar spreekwoordelijke duit in het zakje gedaan en we lezen in La Opinión van 14 maart 2016 een verschrikkelijke titel “Ten Bel: een apocalyptisch scenario”. De baseline is ook duidelijk; het gebied lijkt op een scène uit 'The Walking Dead'. Wij weten wel dat de Canarische journalisten vaak overdrijven en heel veel gebruik maken van grootsprakerige zinnen. Ze gebruiken een tweede zin om de eerste te accentueren en maken overvloedig gebruik van synoniemen.

 

Wil dat zeggen dat wij dat artikel met een korreltje zout moeten nemen? Neen, helemaal niet. Inhoudelijk is het wel correct, alhoewel ik ten zeerste betwijfel of deze aandachtstrekker compleet wordt weergegeven. Wat mij dan onmiddellijk deed beseffen dat er aan de Ten Bel-reeks een derde deel moest bijgeschreven worden.

 

Wat mij dan ook deed beseffen dat er niet twee tijdsdelen zijn, maar drie. Drie periodes waarin veel te beleven, en dus ook te beschrijven valt. Deel 1 en deel 2 heb je reeds gelezen, deel 3 is 'vandaag', Ten Bel in een situatie van berusting. We zouden er een grondplan moeten bij nemen en eerst de gebieden schrappen die niet onder de noemer verloedering vallen. Er zijn complexen die op eigen houtje uit het apocalyptische dal zijn gekropen en waarvan de ‘vereniging van eigenaars’ zelf de touwen in handen hebben genomen om te renoveren, te moderniseren en te beveiligen. Maravilla is daar een perfect voorbeeld van en zo zijn er nog meer.

 

We kunnen misschien best het gebied beschrijven die wel aan een desolaat landschap voldoet, daar waar de ster bleef stilstaan, daar waar betonrot, vandalisme en de tand des tijds heeft toegeslagen. Ik heb het dan over de gebieden ten noorden van La Ballena en alles wat tussen Calle Ten Bel en de Plaza Jhon Huygen ligt. Ook het gebied ten zuiden van de Avenida Jose Antonio Travio en ten oosten van Calle Andromeda zijn plaatsen die als decor zouden kunnen dienen bij de opnames van ‘The Walking Dead’.

 

Ik maak een cinematografische beschrijving van dat gebied.

 

Een desolate woestijn, veroorzaakt door huisvuil en vandalisme. Het resort Ten Bel in Las Galletas is niet eens een schaduw van wat het ooit was. Waar ooit lachende en spelende gezinnen hun vakantie doorbrachten is het gebied op vandaag de dag een park dat ruikt naar verschroeiing. Gebouwen als ruïnes, versierd met graffiti en opgesmukt met gebroken glas. De tennisbanen waar de toeristen ooit hun beste backhand demonstreerden is nu een dijk vol afval en onkruid. Dit is de perfecte setting voor een apocalyptische film. Je hoeft er geen rekwisieten aan toe te voegen, het is dé perfecte filmset.

 

De mythische Ten Bel-toren ziet er verslonst uit, haar verschijning beangstigt. Het klokkenspel is reeds jaren inactief. Er is weinig sfeer, Engelsen die zich van de aanblikken niets aantrekken en enkel komen genieten van het klimaat. Voor de rest sluiten zij hun ogen.

 

Een kantoor kondigt de verkoop aan van appartementen. Niemand is geïnteresseerd in de aankoop van een stekje dat straks zal metamorfosen met de rest van het bouwvallig domein. Gebroken ruiten, afval en etensresten worden opgestapeld in afgelegen hoekjes. De eerste appartementen die opdoemen hebben een zorgvuldig uitzicht, andere niet.

 

De speeltuin van het complex, het voormalige Demon Park, presenteert nog steeds een troep van verbrande palmbomen, het gevolg van een brand die enige tijd geleden is ontstaan. Niets blijft er over van het treintje waar de vreugde van de kinderen onbeschrijfelijk was en van de schiettenten waar veel jongelingen probeerden hun liefje te imponeren met een schot in de roos. De schaamte stijgt mij naar het hoofd als ik denk aan het verleden en dat gegeven koppel aan hetgeen ik momenteel zie.

 

Wat verder hebben de tennisbanen de deuren naar een verstedelijking geopend. De lijnen zijn wazig en het onkruid groeit. Meer zelfs, criminaliteit en vandalisme vieren hier hoogtij. Door het ontbreken van openbare verlichting spelen hier duistere verhalen zoals we die enkel kennen uit een langspeelfilm.

 

De weg blijft doorlopen en we voeren voorbij La Ballena, eens de trots van het Vlaamse artiestenleven, eens een topper voor dans, amusement en nightlife. De met rode velours overtrokken stoelen en zetels zijn opeengestapeld. Niets wijst hier op een nakende revival.

 

De eens nog goed verzorgde tuinen, nette paden en onderhouden domeinen zijn niet meer. Enfin, ze zijn er wel nog maar in een niet te vergelijken staat. Dichtgegroeid struikgewas, vies vuil en slordigheid zijn in de plaats gekomen.

 

En dan komen we plots in een andere wereld; het zeezwembad waar eigenaars en huurders van de Alborada zich te goed doen aan zon en zetel en waar alles is opgefrist. Ook de parken tussen de woonblokken zijn pareltjes geworden en het gebouw ziet er nu anders uit met een laagje verf.

 

Van de 80.000 vierkante meter in het totaal schat ik dat 30% van het resterende Ten Bel nog de grote renovering moet ondergaan om straks opnieuw te blinken als weleer. Carabela, Eureka, Bellavista, Géminis, Drago, Frontera-Primavera, Maravilla en Alborada zullen dan hun opgepoetste blazoen en mooie opgesmukte en gemaquilleerde complexen kunnen showen in een totaalplaatje dat niet in schril contrast staat met de verloedering, zijnde de afgang van een aantal plaatsen.

 

Het resort zoals wij het hebben gekend zal wel nooit meer terugkomen zoals het was; 5.200 bedden, 70 commerciële vestigingen in een Centro Comercial en een schitterend vakantiecomplex uit vervlogen jaren komen nooit meer terug.

 

De verschillende complexen zijn overgegaan in de respectievelijke besturen van ‘Verenigingen voor mede-eigenaars’ of  van de ‘Comunidad’ en niemand bleek geneigd om de openbare en publieke delen van Ten Bel onder haar verantwoordelijkheid te plaatsen. De gemeente Arona is in feite eindverantwoordelijk voor deze partijen. Vandaar dat zij nu gaat onderhandelen met de eigenaars om te zien hoe deze onbeheerde en er duf uitziende gebieden kunnen geïntegreerd worden in het oorspronkelijk geheel.

 

De recente brand van de palmbomen heeft het vuur aan de schenen gelegd van een aantal gemeentelijke mandatarissen en heeft een gemeentelijke alarmering in gang gezet. Na meer dan twee decennia van apathie moet er eindelijk werk gemaakt worden van dat desolate stukje Costa del Silencio, een gehucht van Las Galletas, een deelgemeente van Arona. Of gaat dit stukje Arona dezelfde lange lijdensweg op als Palm Mar.

 

Er wordt voorgesteld om het gebied stedelijk te herontwikkelen en daarvoor moeten wij beginnen vanaf nul, stelt de burgemeester bij monde van schepen voor infrastructuur en ontwikkelingsbeleid Luis Garcia.

 

De gemeente moet een nieuwe stedenbouwkundige structuur ontwikkelen en toepassen op de openbare percelen, de wegen en straten en de openbare parken. 10% van de urbanisatie is eigendom van de gemeente en zeker daarom moeten wij onomwonden in het onderhoud daarvan voorzien.

 

Na drie vergaderingen met de ‘verenigde eigenaars’ krijgt de complexiteit van het probleem een aanzienlijke vorm. Niemand is bereid om nodeloos financieel bij te dragen in de verstedelijking als er geen verantwoord plan is opgesteld. Temeer omdat ‘strikt stedenbouwkundig’ het toeristisch complex in een soort juridisch niemandsland ligt. We horen het reeds donderen in La Laguna en voelen de bui meteen hangen boven de Costa del Silencio. Dit wordt een juridisch en administratief getouwtrek. Wedden?

 

Er blijkt ook nog interesse te bestaan door particuliere investeerders voor dit deel van Ten Bel maar dat sluit niet uit dat de openbare veiligheid moet worden gewaarborgd.

 

De buren kunnen niets kwalijk genomen worden. In 2013 kwamen zij zelf als initiatiefnemer op de proppen met het oprichten van een sociaal netwerk ‘Save Ten Bel’ om daarmee zelf in te staan voor de veiligheid, de hygiëne en de netheid van de gemeenschappelijke openbare plaatsen.

 

Dit verhaal is hier vooral nog niet afgesloten en ik vrees dat op korte of langere termijn nog een deel 4 aan deze reportagereeks zal bijgevoegd worden.

 

Ten Bel, vandaag

4626769513 4626769513 costa_del_silencio