HOME WEER & RADAR NUTTIGE INFO PUZZEL- FUN- HOROSCOOP RESIDENTEN BUSDIENSTEN APOTHEKERS TENERIFE CONNECT TNT DOWNLOADEN ADVERTEREN-ABONNEREN CONTACT-COLOFON REACTIE VAN DE LEZER

Foto van de week...

(Klik op de foto voor groot formaat)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

FACEBOOKGROEP KORT NIEUWS vlaggen TIPS & TRIPS COLUMNS
TNT ONLINE LEZEN Facebook-Groups-e1291281035929

Laatste update

       02-12-2018

Twitter-icon-TatarLawFirm Magnify green large WebcamqTenerife link2

 

 

Programmas Magnify green large PlayaBeach LogoTNT-Transparant F_tekst cover1 De_1vmVX0AAH8JG Terug Banner_columns

IK WEET NIET HOEVEEL KEER OP JIJ, IN ÉÉN JAAR, HEEN EN WEER VLIEGT TUSSEN DE LAGE LANDEN EN DIT PRACHTIG EILAND, MAAR JE WIL ZO VEEL MOGELIJK TIJD OP HET EILAND MET EEN “EEUWIGE LENTE” DOORBRENGEN. OP IEDERE VLUCHT IS EEN VEELVOUD AAN SOORTEN MENSEN AANWEZIG EN DEZE MENSEN BEWEGEN ZICH ALLEMAAL DOOR ELKAAR.

 

Het afscheid was lastig, de ochtend veelbetekenend.

Iedere vlucht die ik alleen beleef is er een te veel. Veel leuker zou zijn; met zijn drietjes op drie zetels naast elkaar, gezellig bij elkaar. Dat zou tenminste bijdragen aan de emotionele blijheid en dit zou een remedie zijn tegen reiseenzaamheid. Iedereen weet dat ik graag vlieg, iedere keer kijk ik reikhalzend uit naar die blinkende vogel, iedere keer verlang ik naar de derde dimensie. Ook deze keer...

Als afscheid knuffelen we elkaar nog heel; dit voel ik iedere keer bij het afscheid nemen. Ook die zoen en die zachte lippen deden mij even wegdromen. De knuffel met onze ‘kleinsten’ was niet alleen meer gemeend dan normaal, het kwam via de spieren ook recht uit zijn kleine hartje. Het kropt in mijn keel; wat ben ik een slechte afscheidnemer.

Waar ik evenmin van verlost ben, is de drang om te vertrekken. Het vochtige en koude weer drijft mij naar de andere kant, de kant waar de eeuwige lente ook eeuwig aanwezig is. Niets of niemand zou mij tegenhouden, maar alleen is maar alleen.

Gezellig aan boord was het niet. Van bij het instappen reeds voelde ik de fysieke krachten van mijn medereizigers. Ik was als allereerste aan boord en zag de cabine langzaam vollopen. Boeren en boerinnen, egoïsten en spelmakers duwden zichzelf vooruit; gelukkig werkte het lichaamsvet als een airbag en duwden ze net geen deuken in de vliegtuigwand vooraleer ze in de passagierszetels ploften.

Ik dacht, het deint wel uit, dat grove geweld, maar vanaf het ogenblik de piloot - of was het de copiloot - het lampje 'fasten seat belts' doofde, herbegon de herrie. Iedereen had wel iets te doen: de kofferruimtes kregen geen rust, de toiletten ook niet. Ik zit op 29C en wie iets van zetelnummering kent, weet dat ik bijna helemaal achteraan de B738 zit met mijn rechter elleboog, net niet boven het gangpad.

Mijn buren, een jong koppel, had enkel oog voor elkaar en tortelduifden elkaar voortdurend op een hoogte van 37.000 voet. Daarbij vergaten ze soms dat er nog iemand naast hen zat. Ik ! Aan de andere kant van de gang, op minder dan één meter van mijn rechteroor verwijderd zaten de kletswijven. Één lichaamsdeel was behoorlijk geïrriteerd bij de landing, toch hoor ik nog behoorlijk goed langs deze kant.

Ben ik nu kwaad? Helemaal niet! Ik aanvaard met weemoed de situatie waarin ik mijzelf heb gedwongen. In feite werd ik wel kwaad op het moment dat de wielen de grond raakten en de piloot - of was het de co-piloot - de motoren in reverse zette en er een pak bange mensen begonnen te applaudisseren. Je hoorde hun opgeluchtheid door het geblaas tussen de lippen en terwijl de billen ontspannen na een vlucht van ruim vier uur. Zouden deze mensen dat ook handjes klappen als ze van de bus, de tram of de trein stappen?

Ik geloof het niet. Wat zou dat stom zijn... Geen enkele conducteur, watman of buschauffeur zou zijn of haar oren geloven. Ongeloof is het sierstuk van deze toneelact. Menig hoofd zou in dezelfde richting draaien en nogal wat wijsvingers zouden tegen de slapen tikken. Maar toch wordt er in een vliegtuig handgeklapt.

Ik erger mij blauw maar deze kleur wordt niet geapprecieerd bij mijn enge, doodsbenauwde en nu, sinds kort opgeluchte vluchtgenoten. Ik laat hen dan maar doen... hoe kinderachtig dit ook klinkt.

Ik laat het uiteindelijk over mij heen gaan en als deze vogel haar poten uitsteekt en haar vleugels vergroot weet ik dat het tijd is om te landen. De landing op mijn favoriete luchthaven. Als de banden piepen weet ik dat we zijn aangekomen. Ik vergeet de lompe passagiers; er zaten heus wel fijne mensen op deze vlucht.

Ik vergeet de bange wezens want er zaten ook moedige passagiers op deze vlucht.  Ik vergeet de plompe doeners want er zaten ook fijn besnaarde mannen en vrouwen in dat vliegtuig. Ik vergeet snel de transfer naar mijn favoriete eiland en wanneer de deuren opengaan en een warme, maar gezonde wind door het vliegtuig waait weet ik het zeker. Het ruikt hier naar Tenerife, het smaakt naar het eiland, het voelt Canarisch.

Het eiland zal mij opnieuw vullen met haar idealen, met haar gunsten en met haar klimaat.

IK VLIEG NAAR TENERIFE                                                                                    augustus 2015

NA EEN WOELIGE HERFST EN EEN FRISSE WINTER IS DE LENTE WEER IN HET LAND. EEN LENTE DIE STRAKS DE ZOMER ZAL AANKONDIGEN ZONDER TE BRUUSKEREN? ZONDER EEN AL TE GROTE STAP TE ZETTEN. EEN LENTE IN TENERIFE GAAT GERUISLOOS OVER IN EEN ZOMER; MEER ZELFS, DE TWEE SEIZOENEN RAKEN ELKAAR NAADLOOS.

 

Gedaan met de dagelijkse passaatbeweging die in haar zog een ongrijpbare wolkenband meesleurde. Er kwam soms geen eind aan. Menig toerist heeft zich kwaad gemaakt en de toorn uitgestort én geklaagd dat de schaduw die deze band met zich meebracht precies op de plaats lag waar hij of zij zich in de zon zou nestelen. Toeval. Soms dreef de oneindige strook naar het westen, soms ook naar het zuidwesten, afhankelijk van de windrichting.

Gedaan met de frisse temperaturen. Vooral de nachten waren koud. IJskoud. Tot 13 graden Celsius gedurende de nacht, en dan spreek ik nog maar van de temperatuur aan de zuidkust. Dát zijn wij hier niet gewoon en trouwens, het strook ook al niet met de filosofie van de opwarming van de aarde.

We lazen in meteografieken dat deze kille periode één keer voorkomt in 12 jaar tijd. Voor veel mensen was die éne keer, een keer te veel.

Overdag, als je in de zon vertoefde kon je genieten van de thermische straling van de zon; dat het deugd deed moet je mij niet vertellen. Maar als de zon je de rug toekeerde en je in de schaduw terecht kwam was het meer dan frisjes. Bevond je je dan ook nog eens in een winderig hoekje dan kon je het vergeten.

’s Anderendaags had je geheid een snotneus.

Gedaan met de ‘mar de fondo’ of de abnormaal grote golven. Aangezwengeld en opgejut door Atlantische superwinden kregen wij meermaals supergolven over ons heen. Meestal zonder schade in het zuiden, alhoewel men er in San Andrés en in het noorden anders over denkt. Ik betwijfel sterk dat ze daar content waren met dit natuurfenomeen. Spectaculair, ja, dát wel er zijn menig foto’s op de sociale netwerksites verschenen.

Gedaan met de sneeuw op de Teide en op Las Cañadas en soms nog lager ook. De sneeuwgrens schoof op een gegeven ogenblik naar beneden, tot ‘slechts’ 1.900 meter hoogte. Dat is wel heel laag voor een subtropisch eiland. Nog ietsje meer naar beneden en Vilaflor werd een skioord! Gelukkig is het er niet van gekomen en namen de weergoden de sneeuwgrens terug mee naar helemaal boven.

Gedaan met de westenwinden want deze brachten gegarandeerd het slechte weer met zich mee en dan had, vooral de westkust, het hard te verduren. Regen en wind hebben deze regio meermaals schutting doen zoeken. Onze weerspeuk ‘Oost Bloost, West niet Best’ werd alle eer aangedaan. De westenstromingen werden vooral gegenereerd door een lagedrukgebied dat zich boven de Azoren vastzette. Klinkt het je niet bekend in de oren? Daar moet normaal een hogedrukgebied liggen.

Gedaan met de donkere dagen en daarmee bedoel ik; vroeg donker en laat klaar. Veertien uur duisternis dompelt een mens in obscuriteit; dat kan gezellig zijn als het niet te lang duurt. Je kunt het best vergelijken met een ‘etentje bij kaarslicht’ dat 10 uren duurt. Ook te lang!

Gedaan met dit alles. Nu krijgen wij waar we recht op hebben. Nu krijgen we zes maand aan één stuk hoogzomer met temperaturen tot hooguit 30° C. met ’s nacht een aangename 20 graden. Tenzij er uitschieters tussen zitten, maar dat zal dan wel te maken hebben met een Westelijke Saharalucht die ons weer komt vertroebelen. Buiten deze hittebron krijgen wij een half jaar lang: geen kille temperaturen, geen doorlopende passaatwolken, geen sneeuw en ijzel, geen westenwinden en geen lange donkere nachten meer. Tenzij de uitzondering deze regel bevestigt.

GEDAAN, DE RUST IS OVER...                                                                                       juli 2015

FOTO’S BEKIJKEN BRENGT JE ALTIJD IN EEN BEPAALDE STEMMING. FOTO’S UIT DE OUDE DOOS VERVOEREN JE ZELFS TERUG IN DE TIJD TERWIJL JE WORDT ONDERGEDOMPELD IN EEN NOSTALGISCHE NEVEL. MAAR OVER DEZE PLAATJES HEBBEN WIJ HET HIER NIET, WEL OVER PLAATJES  DIE JE TERUG VINDT OP HET INTERNET EN DIE NAAR EEN NAKENDE VAKANTIEBESTEMMING WIJZEN.

 

Hoe leer je een nieuwe vakantielocatie als Tenerife kennen? Waar vind je mooie foto’s en filmpjes? Hoe plan je je verblijf en wat onderneem je ter plaatse?

Niet zo lang geleden stapte je daarvoor nog naar een reisbureau. Vandaag ga je enkel bij een reisagent langs om je reis te boeken en om de praktische zaken te regelen. De broodnodige verblijfsinformatie heb je vooraf reeds opgezocht. Dat deed je op het wereldwijde web dat internet genoemd wordt.

Via allerhande zoekmachines, via You Tube en Vimeo, waar ook ter wereld je je bevindt, steek je je neus reeds aan het Canarische venster of stap je reeds door de voordeur die toegang verleent tot het eiland Tenerife. Dit is de eerste reis die je maakt - straks komt er een tweede, de echte - je laat je gedachten de vrije loop en wandelt emotioneel door een schitterend decor. De palmbomen wuiven, de oceaan golft en de terrasjes zitten vol. Dit zie je aan de mooie plaatjes en de zomerse filmpjes. Één woord schrijf je in het Google-zoekvenster. “T e n e r i f e” en je vertrekt op reis. De reis van je dromen beleef je ook eerst in je dromen.

Je wordt verliefd op een regio waar je nog nooit was, het kriebelt in de buik en je bent er nog niet... deze emotionele gedragingen worden teweeggebracht door een multimedia-apparaat. Je kunt dit best vergelijken met de beleving bij het lezen van een boek. Klap je het boek dicht, dan blijft de inhoud nog even nazinderen, je staart nog enkele ogenblikken dromerig voor je uit en finaal zet je het verhaal helemaal van je af...

Wat is de wereld klein geworden; deze hele globe past perfect in het apparaat waar je mee bezig bent. Wat is het makkelijk geworden om het digitaal toerisme binnen te stappen. Vind je ook niet? We weten dat er nooit tevoren zoveel internetgebruikers waren en dat er op vandaag meer smartphones in gebruik zijn dan PC’s en laptops samen. Wij weten ook dat 50% van de zoekopdrachten binnen het Googlegebeuren gerelateerd is met reizen. Nooit eerder stond de consument zo dicht bij zijn doel.

Tenerife is een denderend zoekwoord dat vele tienduizend keer per dag wordt ingetikt en zodoende een waarde wordt aangemeten, maar op welke plaats dit woord in de zoek-ranking staat is koffiedik kijken.

We dromen verder, we laten ons verleiden door mooie plaatjes, we zwelgen de info helemaal naar binnen en romen het geheel af met een verleidelijk videofilmpje.

Laat ons verder dromen tot de grote dag er aan komt, dan pas kun je je ingebeelde belevenis vergelijken met de reële wereld. Dan pas komt Tenerife helemaal naar je toe. Maar dan begint het echt... Je wilt snel terug naar Tenerife. Het verlangen is groot. Het knaagt aan je. Hoe slechter het weer in de Lage Landen, hoe groter dat verlangen wordt.

Verlangen is een hele mooie deugd, maar wat heb je eraan als je met dat prangend gevoel zit om naar dat mooie eiland van je terug te keren op 3000 km afstand.

Ik vrees dat ik geen goed nieuws heb... Als dit gevoel bekruipt, dan lijd je aan het Tenerifitissyndroom. Niet levensbedreigend, maar wel ongeneeslijk... Je merkt de besmetting reeds in Tenerife, vóór je terugkeert naar huis.

Het gevoel dat je Tenerife reeds mist terwijl je er nog bent is hét eerste symptoom van de aandoening. Daarna wordt het erger en erger... er volgen nog ongemakken. Dit is therapeutisch exponentiële ziekte waarmee iedereen besmet kan worden; met verloop van tijd worden de aanvallen erger en worden ze heviger. Gelukkig ga je er niet dood aan.

Er is in de farmaceutische wereld geen enkel medicijn bekend die deze klachten kan bestrijden, laat staan genezen. Laat je vooral niet verleiden tot alternatieve geneesmiddelen of tot een bezoek aan een kwakzalver: het helpt geen zier !!! Het is een microbiologische aandoening die nog niet is opgenomen in medische vakliteratuur.

Maar er is een lichtpunt aan het eind van de tunnel. Je kunt de bijwerkingen van Tenerifitis verzachten door op regelmatige basis deze en andere gelijkaardige lectuur te lezen. Het helpt; hoe meer je ermee bezig bent, hoe beter voor je innerlijkheid, hoe rapper je tot rust komt. Het is een therapeutisch gegeven waaraan je jezelf kunt vastklampen wanneer de Tenerifemicrobe je bekruipt. Op deze manier kun je jezelf ook naar het eiland verplaatsen zonder maar één kilometer te reizen en dat is dan weer goed voor de portemonnee.

PS. Dit bericht een tweede keer lezen kan ook helpen de aandoeningspijn te verzachten.

VERLIEFD EN BESMET...                                                                                        oktober 2015

DAT ZIEN WE HIER IN TENERIFE ZO DUIDELIJK. HETZELFDE FENOMEEN DOET ZICH NOG ELDERS VOOR, OOK IN BENIDORM EN IN BLANKENBERGE ÉN IN SCHEVENINGEN VOOR DE NEDERLANDERS. EEN VERLOFPERIODE DOORBRENGEN AAN DE ZIJDE VAN NIET-LANDGENOTEN IS HEDEN TEN DAGE VOOR EEN MINDERHEID WEGGELEGD.

 

Ik denk spontaan aan twee groepen toeristen die dit niet doen: kampeerders en cruisegasten. Die kunnen er niet aan uit; hun vakantiegemeenschap bestaat hoofdzakelijk uit een internationaal gezelschap. Zij zoeken geen landgenoten op, zij komen van zelf en zo horen zij op hun beurt opnieuw bij een internationaal gebeuren.

Op Tenerife, het subtropisch eiland binnen de Europese Unie gelden andere, niet geschreven regels. Daar huist een flinke meute Vlamingen en een kleinere, maar even flinke groep Nederlanders. Residenten en toeristen, gevestigde waarden leven er met en voor elkaar. Sommigen onder hen moeten om den brode nog werken en deze werkvloer situeert zich nogal dikwijls in de horecasfeer. Met het accent op de derde samentrekking van het woord horeca. Deze etablissementen worden gerund door creatieve en spitsvondige ondernemers die er alles aan doen om hun landgenoten, op verlof, voor henzelf te winnen. Daar is niets verkeerd mee, maar dat gegeven is wel de aanleiding van deze column. De Vlaamse en Nederlandse garde zorgt, ieder voor zich, voor een vloeiende klantentoeloop en dat resulteert in het grote spectrum van samenscholing. Iets waar veel toeristen van houden en zelfs door gecharmeerd worden. Samen met land-, streek- en misschien wel met dorpsgenoten in eenzelfde uitbating kuieren, plezier maken, roddelen, drinken, zingen en dansen. Mede door de dagelijkse optredens van (weeral) landgenoten wordt deze aantrekkingskracht nog vergroot. BV’s en BN’ers werken als een magneet, gelukkig maar. De extra investering in livemuziek  moet renderen en het kassageluid doen aanzwellen. Tot groot jolijt van de uitbaters, want daarom doen ze het ook.

Stel je nu eens voor dat deze gelegenheden zich niet voor je voeten geschoven wordt en dat je op zoek moet gaan naar alternatieven. Niet in een Engelse of Duitse bar wat verderop, maar in een echt authentiek Canarisch barretje ver weg van de microgeluiden en de gezwollen luidsprekers, waar ‘Jeanne en alleman’ of ‘Piet met de pet’ samenkruipt met zijn of haar taalgenoten.

Zo’n Canarisch barretje moet je echt wel gaan zoeken; in het zuiden van Tenerife en zeker langs deze kust zijn ze haast onvindbaar, elders kom je ze frequent tegen.

Je loopt er binnen en kijkt rond, je hoort enkel een ratelende televisie, van muziek is hier geen sprake en toeristen zijn hier ook niet. Je hoort enkel een vriendelijke stem van een Canarische uitbater die je ¡Hola! toeroept.

Je gebruikt je beste Spaans, inclusief alle woordjes die je je herinnert. Je probeert een zin te plaatsen en na veel wikken en wegen doe je een poging. Wedden dat de lokale uitbater reeds langer wist dat je een toerist bent, op zoek naar culturele en lokale barwaarden en dat hij er alles zal aan doen om je behulpzaam te zijn. Een fontein van woorden zal hij aanwenden om je te dienen, om je een gevoel van waardering te schenken. Je hoort het wel maar begrijpt nauwelijks het Canarische dieventaaltje en een paar tellen later zit je te genieten van de eilandproducten. Niet alleen van het biertje, gebrouwen met het zuiverste Teidewater, ook de regiowijn smaakt naar de beste druiven. De ‘aceitunas’ van het dorp verderop, die vroeger op het jaar werden geplukt en ingelegd smaken als de beste. De sardines uit het lager gelegen vissershaventje smaken nog naar sardines en de ‘queso de cabra’ smaakt echt niet naar geiten. Wat heerlijk deze lokale culinaire geneugten.

Het televisiegeluiden dringt niet meer tot je door, enkel de kletterende autochtone klanten schreeuwen zowat de hele buurt uit elkaar. En jij? Jij geniet van de mooie en pure dingen. Geen greintje jalousie te bespeuren, geen nijd onder elkaar, geen wantrouwen. Neen, zo zijn ze hier niet. Zuiver tot op de graat... enfin, de meesten toch.

Je wilt ze begrijpen maar het lukt je echt niet. Ze willen je betrekken in een gesprek. ¿Hablas español? No, of toch, ‘un poco’ en precies deze twee kleine woordjes zijn het breekijzer in de no-communicatie. Het ijs wordt er meteen door gebroken en meermaals wordt er getoast. ¡Salud!

Bij je vertrek vragen ze je steevast wanneer je nog eens terugkeert. Niet om je geldbeugel maar om de menselijke waarde. Wedden dat je er terug gaat...

SNEU, DAT SAMENHOKKEN...                                                                          september 2015

ZELFS AL HAAL IK DE HONDERD, IK VERTIK HET OM TENERIFE ALS MIJN GEDOODVERFDE EILAND TE BESCHOUWEN. IK STA MOMENTEEL OP RUIM 63% VAN DE BEOOGDE LEEFTIJD EN VAN DEZE PERIODE HAD IK RUIM 50% TIJD OM MIJ TE VERZOENEN MET EEN SCHITTEREND SUBTROPISCH EILAND.

 

Ik voel soms aan reacties van anderen dat ik ouder word; raar hoor, ik zei onlangs dat ik nog les had gehad van Gilbert Staepelaere en dat ik mijn motorhome nog verhuurd had aan Gilbert Bécaud en mijn aanhoorders hoorden het precies donderen in Keulen, hun ogen werden glazig, hun breinen hol. Ik deed er nog een schepje op en zei dat ik ooit zwartwittv keek en zag hoe Koning Boudewijn huwde met Koningin Fabiola. Jawel, zo oud ben ik al. Ik ben opgegroeid met Briek Schotte, tante Terry en nonkel Bob om Disten Pulle niet te vergeten. Neen, dit heeft niets met Tenerife te maken en onze Nederlandse lezers zullen hieraan ook heen boodschap hebben, tenzij ik zeg dat ik voor het eerst op twee benen liep in het jaar van de grote overstroming. Sommige dingen worden te oud.

Ik wist toen bijlange nog niet waar Tenerife lag. Later wel; eerst in de aardrijkskundeles met een docent die blijkbaar de Canarische Eilanden als favoriete archipel had verzwolgen. Was hij mijn voorganger? Neen, dat niet. Er was toen nog geen internet, geen sociale media, geen Google maps en geen You Tube, maar toch had hij het iedere keer over de subtropische eilanden.

De microbe heb ik van hem te pakken. Je weet wel, Tenerifitis, en ik was er nog nooit geweest.

Later toen een collega in de jaren ’80 van de vorige eeuw een appartement kocht in Los Cristianos en ik er ook voor de eerste keer echt naar toe mocht had ik het zweten; besmet met het echte virus. En de jaren nadien verandert er een en ander in mijn ‘soul and body’... ik slik ieder jaar een beetje Tenerife in. Tegen de tijd er een leesbrilletje op mijn neus staat heb ik het helemaal ingeslikt. Het zit er helemaal in en

het heeft mij nooit meer losgelaten; vandaag zit er een screensaver in mijn brein met altijd een schitterend beeld van Tenerife.

Wat ben jij een gelukkig man, zeggen anderen, maar ze weten niet dat ik nog een ‘bucket list’ heb. Ik heb nog een resem dingen te doen, ik moet nog anticiperen op dingen die ik wil meemaken vooraleer ik volledig verdwijn, vooraleer ik honderd word.

Ik ben niet getrouwd met Brigitte Bardot, Raquel Welch of een vrouwelijke Georges Clooney, maar kan mij in deze niche onmogelijk verbeteren. Ik heb geen motor meer, ik vlieg niet meer zelf, doe niet meer aan speleologie en heb de duikfles laten leeglopen. Nu doe ik zoals veel mensen van mijn leeftijd; zwemmen en wandelen. Soms. Dat doe ik in Tenerife.

Eigenlijk weet ik niet of ik honderd wil worden; mijn grootste angst was in saaiheid te leven, maar dat saai gegeven vind ik hier niet en dat is beter dan zitten wachten tot er iets eng gebeurt.

Ik ben niet bang om dood te gaan, ik ben enkel bang om niet genoeg geleefd te hebben. Misschien dat ik nu dingen ga doen die niet meer bij mijn leeftijd passen om de gaten van mijn wenslijst helemaal in te vullen.

Ik zet het meteen op mijn ‘bucket list’... domme dingen doen. Ik ben ervan overtuigd dat het mij jong zal houden.

Mijn gedachtegang kronkelt en ik beland bij hetgeen iedereen beweert; sporten is gezond. Maar wat doe je dan met de extremen? Ja, die wil ik ook doen; domme extreme sportdinges doen. Dat kun je hier toch en de graad van gevaarlijkheid hangt toch af van je persoonlijke inbreng.

Ik wil parapenten, bergbeklimmen, grotten onderzoeken, quadrijden, motorcrossen, de ‘salto del pastor’ uitoefenen. Deze sporten lijken mij fysiek minder belastend dan een of andere contactsport. Daarenboven heb ik geen postuur om in de ring van de ‘Lucha Canaria’ te staan.

Nog meer bewegen zou mij goed doen. Nu kan ik de kilo’s er moeilijk van af houden en het eten is hier zo lekker. Oh my God...

Gelukkig bestaat er op het eiland een overaanbod aan grote-maten-hemden om de overtollige kilo’s weg te stoppen; blijkbaar ben ik hier niet de enige met een overschotprobleem.

Ik wil niet meer terugkeren naar de tijd van de ‘Beatles’ en de ‘Rolling Stones’; toen kende ik Tenerife nog niet. Ik begon pas te leven midden de jaren ’80 toen ik voor de eerste keer fysiek contact kreeg met het grootste der Canarische eilanden.

Het stopt niet, ik wil nog meer leven, ik wil nog meer genieten, ik wil nog meer profiteren van de zon, de zee en de traditionele gebruiken.  Honderd jaar worden is mijn ding. Dan kan ik nog een tijdlang doorgaan met een leven die ik reeds voor de grote helft heb opgebruikt.

OUD EN VOL VERLANGEN...                                                                              november 2015

HOE MEER IK ER OVER NADENK, HOE GEKKER IK WORD. IK BEN ER MIJ VAN BEWUST DAT MIJN VADERLAND DE BESTE SOCIALE VOORDELEN BIEDT EN DAT IK MIJN MOEDERTAAL, MIJ MET DE PAPLEPEL INGEGEVEN, NIET MAG VERRADEN.

 

Ik ben er mij ook van bewust dat mijn leven een nieuwe wending aanneemt vanaf het moment dat ik een ingrijpende beslissing neem. Ik ben niet de eerste die beslist om te verhuizen. Ik ben ook niet de laatste die besluit om de Lage Landen achter mij te laten om mij duizenden kilometers verder te gaan vestigen.

Is het daar beter? Neen, is het eerlijke antwoord, het is daar anders.

Het moment van de beslissing op zich brengt geen verandering, wel wat er allemaal gebeurt en moet gebeuren om deze zaak administratief te realiseren. Niet zozeer in het thuisland. Daar loop ik even het gemeentehuis binnen en vraag ik de dienst ‘bevolking’ om uit te schrijven. ‘That’s it’.

Daarna kom je aan op een onooglijk klein en supermooi eiland en dan val je van de ene verrassing in de andere. Iedereen die deze stap van ruim 3.000 kilometer zet in zuidzuidoostelijke richting weet dat er veel moet gebeuren op een vooraf gedefinieerde periode.

De administratieve molen, die bijna niet wiekt maar toch ook niet echt stil staat moet alle procedures verwerken. Deze molen draait tergend  traag en dit zet je aan om je eigen natuurlijke drive in een lagere versnelling lager te schakelen. Je begrijpt niet dat alles zo lang duurt. Precies alsof er geen wind is, heel traag en geruisloos, bijna onzichtbaar draaien de wieken in het rond.

Het begint reeds bij de pasfoto’s. De kleinoden die je in de Lage Landen hebt laten maken blijken niet het juiste formaat te hebben, daar kun je reeds herbeginnen.

Met de juiste pasfoto’s storm je naar het  gemeentehuis van de Canarische gemeente waar je gaat wonen en je laat je inschrijven in het bevolkingsregister; je legt alle administratieve stukken neer, betaalt € 3 maar je vergat van alle documenten fotokopieën te maken. Lap, daar gaan mijn bewijsstukken.

Als je nog geen NIE-nummer bezit dan krijg je dat bij de aanvraag van het ‘certificado de Residencia’ er gratis bij maar daarvoor moet je wel moeite doen. Per persoon moet je de formulier EX15 of 18, of is het nu Modelo 719 invullen. Daarmee ga je naar de bank, je betaalt een kleinigheid per formulier en met het betalingsbewijs rep je je weer naar de Policía Nacional. Daar kom je tot de constatatie dat je de rectoverso kopie van de ID’s niet meehebt genomen. Pfff, je kunt opnieuw aankloppen. En zo gaat het maar door... je moet nog het nodige doen voor de ‘seguridad social’ en het Spaanse rijbewijs.  

Je moet ook nog je belastingen aangeven, want je woont daar nu. Binnen de drie maanden moet je formulier 720 indienen en wees nu eens eerlijk. Wie kan dit nu, je bent de taal niet machtig. Wat je leest lijkt Chinees en toch ben je niet in China, je verhuisde zonet naar Tenerife.

Ben je vergeetachtig of onwetend dan word je beboet en dat is bij alles zo. Te laat is gelijk aan gestraft. Zo wordt het je in Tenerife geleerd.

Ik vraag mij nu af of dat overal zo is, en vooral, of dit voor iedereen zo is.

Hoe doen de vluchtelingen het? 212 mensen worden in Tenerife opgevangen en niet één moet er aanschuiven in een van die ellenlange rijen. Neen, de pasfoto’s worden gemaakt door een fotograaf die aan huis komt. Met een auto rijden ze nog niet, ze moeten dus ook niet naar het DGT of Tráfico in Santa Cruz. De rest van de administratieve rompslomp wordt afgehandeld in groep door een speciaal aangestelde administratie. En finaal worden er groepjes vluchtelingen naar de verschillende gemeenten gestuurd die op hun beurt de rest van de administratieve plichtpleging  afwerken. Op deze manier hebben de stakkers geen stress en worden zij zonder veel heen-en-weer-geloop gesetteld in Tenerife.

Neen, ik ben niet jaloers, ik wil op geen enkel moment een oorlogsvluchteling zijn, ik ben een inwijkeling en dat is iets helemaal anders, of niet soms? Inwijkelingen moeten moeite doen om in te wijken, van hot naar der. Je moet je duizend-en-één keer verplaatsen om alle attesten en vergunningen te bemachtigen.

Spreek je niet of onvoldoende de taal, dan ben je pineut en dan laat je je best begeleiden door een gestor of een vertrouwenspersoon. Maar daarvoor moet je dan betalen.  

Ik maak van de gelegenheid gebruik om hier aan iedereen mijn welgemeende wensen over te maken; aan inwijkeling en aan vluchteling, daar maak ik geen onderscheid in. Iedereen verdient geluk en een gelukkig leven...

TENERIFE... ¡Ya voy! (ik kom er aan)                                                                      december 2015

'WUIVENDE PALMBOMEN, EEN ZINDERENDE ZON, EEN AFKOELENDE ZEEBRIES, EEN STAALBLAUWE HEMEL, HELDER EN WARM OCEAANWATER, ÉÉN HOGE BERG EN DUIZEND VALLEIEN', ZOU EEN PITTIGE OMSCHRIJVING KUNNEN ZIJN OM TENERIFE AAN TE STIPPEN.

 

Maar er is meer, véél meer. Een miljoen kleine dingen trekken het toerisme aan en dat gegeven staat dan weer in relatie met het aantal toeristen dat jaarlijks naar Tenerife afreist. Het totaal aantal bezoekers, buitenlanders en Spanjaarden, zwelt aan en iedereen die één keer hier is geweest weet wel hoe dat komt.

Het klimaat, het gunstige belastingtarief en een relatief kleine reisafstand zijn de pijlers die Tenerife promoten. Mede door het ongunstige reisadvies naar Hurghada en het onstabiele politieke klimaat in Turkije en enkele Noord-Afrikaanse landen komen er meer dan ooit zon- en andere toeristen onze kant uit.

 

Het hangt allemaal een beetje aan elkaar; hoe meer toeristen, hoe groter de omzet. Van deze omzet worden de lonen betaald, de belastingen gespijsd, de fooien gepot en de investeringen gefinancierd. Het BBP – wat staat voor het BNP in de Lage Landen – gaat erop vooruit, het deficit wordt kleiner. Wij zijn geen economen; iedereen met een beetje gezond verstand begrijpt dat 80% van alle toeristische omzet de complete staathuishoudkunde draaiende houdt. Je kunt geen enkele economische tak opnoemen of de toeristische sector heeft er iets mee te maken. Ik zoek maar vind niets. Zou het dan toch waar zijn dat het hele eiland leeft van de bezoekende toeristen?

 

Iedereen is hier welkom, ook de Russen en de Roemenen. Iedereen wordt gevraagd zich te houden aan de vigerende regelgeving, iedereen wordt geacht de wetten te respecteren en niemand kan zich daar ooit boven plaatsen. Dat wil zeggen dat iedereen zijn of haar spreekwoordelijke duit in het zakje deponeert.

Ook de 600.000 boottoeristen die jaarlijks een moment koesteren en zich laten verwennen door het subtropische aanbod van het eiland. Ook de 400.000 liter wijn die geproduceerd wordt in Las Cumbres de Abona storten hun bijdrage in het financiële geheel.

 

Misschien doen de bootvluchtelingen dat niet; zij gebruiken de Canarische archipel als toegangspoort naar Europa en hebben geen boodschap aan een of andere bijdrage. Zij hebben humane doelstellingen en willen hun leven in een betere omgeving leven. De toegangspoort die zij gebruiken is in feite dezelfde poort die de miljoenen toeristen gebruiken. Ook de 33% van de hotelgasten die nooit of nimmer het hotel verlaat omdat ze kozen voor een all-informule. Zij investeren maar voor een deel in de economie; het hotel vaart er goed bij, de lokale handel helemaal niet.

 

De 67% resterende toeristen heeft het wel bij het rechte eind en hebben – volgens het Instituto Canario de Estadistica (ISTAC) – gemiddeld ruim € 100 per dag en per persoon veil om hier een aangenaam verblijf te hebben. Wat zij spenderen omvat restauratie, logies, geschenken en vertier en daarvan gaat iedere keer een deeltje naar de staatskas.

Ook de culturele manifestaties nemen deel aan het economisch programma; het carnaval, de zandtapijten, de talrijke romerías, het Starmusfestival, Los Sabandeños en de talrijke heiligenvereringen trekken de toeristische registers open en zorgen op hun eigen manier voor een donatie aan de gouvernementele geldbeugel.

Diezelfde kassa incasseert ook de IGIC of de Canarische taks die alle toeristen onbewust bijdragen via elke aankoop die zij verrichten. Iedere keer dat de bezoekersportemonnee wordt geopend verdwijnt er een deel naar de bank van de overheid.

 

En toch is het hier 30% goedkoper leven. De basisprijzen liggen goed in de markt. De IGIC-tarieven liggen aanzienlijk lager dan de gebruikelijke btw-tarieven. Het product of de rekenkundige bewerking van minder x minder resulteert in méér. En dat méér is de hoofdreden waarom toeristen zo graag afreizen naar Tenerife. De aantrekkingskracht is fenomenaal en dient gehandhaafd te blijven. Never change a winning team.

 

Koppel dit gegeven aan het klimaat en aan de schoonheid van het eiland en dan krijg je een soort drievuldigheid in het spectrum van de 'geneugten' in een menselijk leven. Of met andere woorden; dit schoolvoorbeeld van een toeristisch marketingplan is op maat van de verbruiker gesneden.

Volmaaktheid bestaat niet, maar dit leunt toch stevig aan bij de utopie van het volmaakte leven. Wij hebben het hier allemaal, je moet het enkel nog zelf komen ontdekken. Wanneer kom je?

 

HET VOLMAAKTE LEVEN                                                                                        januari 2016

WIJ LAZEN HET HER EN DER EN VOORAL MEERMAALS; HET WEER OP TENERIFE IS HEERLIJK SUBTROPISCH EN VOORAL GEZOND. IEDEREEN DIE HIER OOIT KWAM, VERBLEEF OF VERBLIJFT GEBRUIKT ALLE MOGELIJKE SUPERLATIEVEN ALS ER OVER HET WEER WORDT GEPRAAT.

JE KUNT GEEN SEIZOENEN DEFINIËREN EN DAARDOOR GAAT EEN VERGELIJKING MET DE JAARGETIJDEN IN DE LAGE LANDEN NIET OP. VIVALDI DRAAIT ZICH WAARSCHIJNLIJK OM IN ZIJN GRAF.

 

Tenerife telt slechts twee seizoenen; een zomer en een lente, de rest is ‘quantité négligeable’. Deze twee jaargetijden sluiten naadloos op elkaar aan en duren beiden ongeveer zes maanden; de ene van november tot april, de ander van mei tot november. De zon schijnt altijd keihard en daardoor ligt de uv-straling dubbel zo hoog als in de Lage Landen, maar de zon schijnt hier geen 365 dagen. Er zijn ook uitzonderingen; als het regent dan stroomt het hemelwater met bakken tegelijk over ons heen, en als het waait dan dansen de dakpannen in het rond. Gelukkig laten regen en wind zich minder zien en kan de zon ruim 300 dagen per jaar haar ding doen.

Waarom dit zo is moet je bekijken door meerdere brillen; een meteorologische, een natuurkundige en een geografische want de uitleg is meerdelig en daarom moet je op tijd en stond een andere bril opzetten. De redenen zijn divers; de  aardrijkskundige ligging, het corioliseffect, de passaten en de Canarische stroom liggen gewild of on-gewild aan de basis van dat uitzonderlijk weer dat als een puzzel precies in elkaar past.

De geografische ligging van de Canarische archipel is de basis van het geheel; op 30° noorder-breedte - quasi dezelfde als Miami (FL) - is een superlocatie. Op 1/3 afstand van de evenaar en 2/3 afstand van de noordpool is zowat de meest aangename plaats om te vertoeven op deze globe. Daarom noemen we dit gebied ‘subtropisch’. Meer naar het noorden wordt het weer snel onstabieler, meer naar het zuiden wordt het dan weer te heet. We veranderen niets aan de ligging en laten de eilanden liggen waar ze thuishoren; ook al regent het soms eens, ook al waait het eens iets harder.

Een tweede element in het weerhuishouden is de passaatwind; dit is een zeer bestendige oostelijke wind die het ganse jaar waait. Deze passaat wordt mede gegenereerd door het corioliseffect - de afbuiging van de baan van een voorwerp dat beweegt binnen een roterend systeem - van onze aarde die driftstromen opwekt en die bij ons uit noordoostelijk hoek komen. Wat het corioliseffect juist is kun je het best opmerken als je het bad of de lavabo laat leeglopen: de kolk van het uitstromend water draait kloksgewijs.

Katalysator in dit hele verhaal zijn de drukgebieden die op de noordelijke Atlantische oceaan gelegen zijn. Passaten worden steeds gedirigeerd door een hogedruk gebied in de buurt van de Azoren; de luchtmassa’s draaien kloksgewijs mee met de isobaren en bereiken de archipel uit noordoostelijke richting. De anticycloon ontstaat door de uitwisseling van koude polaire en warme tropische luchtmassa’s. Deze constante kan onderbroken worden wanneer er zich een lage drukgebied nestelt boven de Azoren; dan draaien de luchtmassa’s tegen de klok in en bereiken zij de archipel uit een westelijke richting. Dat zul je het geweten hebben: onstabiele lucht met mogelijks veel wind en regen teisteren dan vooral de westkust van Tenerife. Onze weerspreuk ‘Oost bloost, west niet best’ is gebaseerd op dit principe; wanneer het waait over de oostkust is het luw aan de westkust. Maar omgekeerd is zeker ook waar: windstil over de oostkust is gelijk aan ‘vollen bak’ wind over de westkust.

Een vierde en niet onbelangrijke factor is een constante zeewaterstroming die wij de Canarische stroom noemen en een aftakking is van de Azorenstroom. Deze vloeit vanaf het noorden, langs de Afrikaanse kust en wordt gehinderd door de eilanden, vandaar de naam. Deze stroom zorgt voor een groot warmtetransport en beïnvloedt het weer op een gunstige wijze.

De stroom wordt aangewakkerd door de passaten, vandaar dat de stroming in de ‘winterperiode’ heviger is dan in de zomer.

Wind en wolken, maar vooral temperatuur en vochtigheid zijn de elementen die in de weerkunde een grote rol spelen, maar hier op de Canarische eilanden worden deze extra geprikkeld door de hierboven beschreven vier elementen.

De vier hoofdrolspelers van deze act die samen het weer maken op de subtropisch eilanden zijn precies op elkaar ingespeeld, en toch kunnen een paar variabelen het perfecte spel dynamiteren en aldus een domper zetten op je verblijf alhier; met slechts twee jaargetijden kan het hier ook wel eens regenen en flink waaien.

HET WEER... EEN CONSTANTE                                                                               februari 2016

VANAF VANDAAG STAAT ER OP HET INTERNET EEN GLOEDNIEUWE WEBSITE OVER TENERIFE ONLINE. EEN SOCIAAL PLATFORM DAT ZICH INLAAT MET ALLES EN IEDEREEN IN TENERIFE. MEER ZELFS, DE MAKERS GAAN ER PRAT OP DAT DIT DE ONTBREKENDE SOCIALE SCHAKEL IS TUSSEN HET EILAND EN DE REST VAN DE WERELD. JE KAN HET ZO MOOI NIET FORMULEREN. “ALLES ONDER ÉÉN DAK; DE VRAAG, HET AANBOD EN HET ANTWOORD”.

 

De behoefte om iedereen en alles te linken aan Tenerife, met inbegrip van grote en kleine commerciële uitbatingen

én het sociaal toerisme is bijzonder groot en daarom is men op zoek gegaan naar toepassingen die Facebook en andere ‘social media’ ruim overtreffen. In een exclusief sociaal platform is deze ruimte en de mogelijkheid aanwezig om dit te realiseren. Dit gloednieuw platform is uniek te noemen, zowel in diversiteit van de mogelijkheden als in de kwantiteit van het aanbod.

Hoeveel keer heb je zelf internetzoekopdrachten gebruikt om iets terug te vinden over of van Tenerife? Ik ken het antwoord; tientallen keren. Om finaal tot de constatatie te komen dat je niet onmiddellijk vindt wat je zoekt. Frustrerend, zeg wel en dat vonden ook de makers van ‘Tenerife Connect’ die dachten dat Tenerife centraal op de wereldbol moest geplaatst worden. Niet omdat Tenerife het geografische centrum van de wereld is maar omdat dit vakantie-eiland door de vele miljoenen bezoekers per jaar als favoriete vakantiebestemming wordt aangestipt.

‘Tenerife Connect’ is ontstaan uit het enorme succes van verschillende Tenerife-gerelateerde groepen en dito pagina’s op Facebook. Deze groepen zijn in een korte tijd snel gegroeid met duizenden leden en de nieuwspagina’s werden dagelijks door een massa mensen gelezen. De discussies op het forum tussen de leden verliep niet altijd stereotiep en de vele vragen die een antwoord verdienden waren dagelijks kost. Tenerife en het uitgebreid gevarieerd assortiment dat het eiland voorschotelt kun je nergens gezamenlijk aanbieden, dat gegeven is te complex. Mede door de beperkte mogelijkheden die door Facebook wordt aangeboden was het uitkijken naar een platform waarop een groter aanbod kan worden gegenereerd. Enkel op een speciaal ontwikkeld sociaal platform lukt het om meerdere toepassingen te gebruiken en te laten gebruiken door onnoemelijk veel mensen. Op deze manier wil men het Tenerife-aanbod op een professionele, eerlijke en transparante manier presenteren.

Tal van systemen en toepassingen werden geïntegreerd in het platform; het sociaal platform bevat een aantal gespreksgroepen of communities  waarin leden zich in hun eigen taal kunnen bedienen.

Geen nood als Duitse, Engelse of Italiaanse bezoekers op het netwerk komen; ze kunnen zich onmiddellijk nestelen in hun eigen taalgemeenschap. Opmerkelijk feit; de taalgemeenschappen krijgen geen publiciteit over zich heen.

En de mogelijkheden zijn legio; een greep uit het aanbod. Het organiseren van eigen excursies of van evenementen met de daaraan gekoppelde ticketverkoop en de betaling ervan, of het platform gebruiken als reserveringsmoge-lijkheid is een andere toepassing. En zo is er nóg veel meer... voor de particulier én voor de business.

Een activiteitenkalender waar evenementen en activiteiten worden op weergegeven, directe links naar activiteiten en events, een heuse immobiliën-directory waar de bezoekers onmiddellijk de professionele vastgoedmarkt terugvinden, maar waar ook particulieren hun verhuur zonder omwegen kunnen promoten.

Binnen de communities kunnen er talloze pagina’s en groepen worden aangemaakt met onderwerpen naar keuze.

Uiteraard zijn bezoekers een actief onderdeel binnen hun eigen gemeenschap waar Tenerife centraal staat.

Een grote troef is de meertaligheid; op termijn zullen er meer taalgroepen bijgemaakt worden en zodoende wordt de ene taalgemeenschap niet gestoord door de andere.

De lokale handel zal zich kunnen settelen om haar producten en diensten aan te bieden. Van A tot Z is de index waar alles kan en moet worden ingevuld. Een werk van lange adem, daar is men terdege van bewust maar de website zal gestadig groeien. ‘Eerst zaait, eerst maalt’ is ook hier spreekwoordelijk legendarisch.

Je wordt lid door eenvoudig een usernaam en een geldig e-mailadres te gebruiken om aan te melden en in te loggen. Daarna kun je je ding doen. Er staan voldoende toepassingen om het platform te verkennen en om rond te neuzen. Gratis, er is geen enkele kost aan verbonden; alles verloopt eerlijk en transparant.

De initiatiefnemers zullen na de release op 1 maart 2016 nog meer tijd investeren om ‘Tenerife Connect’ blijvend te ontwikkelen, om nieuwe opties en updates te plaatsen, om nieuwe talen en taalgroepen te creëren, maar vooral om deze site multifunctioneel te ontwikkelen.

De website staat HIER.

Eenvoud is troef. Word gratis lid en bekijk het eens van dichterbij...  pas daarna heb je recht va spreken.                                                                                    

TENERIFE CONNECT                                                                                             maart 2016

ONBEKENDE LOCATIES                                                                                                    juli 2016

ZOALS IEDEREEN HEB IK OOK SOMS DE DRANG OM UIT TE BREKEN. MET UITBREKEN BEDOEL IK HET HUIS UITGAAN, DE ALLEDAAGSE VERPLICHTINGEN VOOR EEN TIJDJE OPZIJ SCHUIVEN EN DE VOORDEUR ACHTER JE DICHTTREKKEN. VOOR DE ENEN IS DIT ONTSNAPPEN AAN DE SLEUR EN DE GEUR VAN ALLE DAG, VOOR ANDEREN IS DIT EEN WEKELIJKS TERUGKEREND OPSTEKERTJE. DIEGENEN DIE OVERBLIJVEN BEVINDEN ZICH IN TENERIFE EN VINDEN DAT JE VERPLICHT BENT OM EEN AANTAL TOERISTISCHE TREKPLEISTERS TE VEREREN MET EEN BEZOEK.

 

Ik heb het dan niet over attractieparken, restaurants of bar- en karaokebezoeken. Ik bedoel daarmee de locaties met een geografische aantrekkelijke noemer die niet door iedereen bezocht worden. Iedereen bezoekt het Nationaal Park rond en op de Teide, iedereen moet naar Masca, iedereen wil de overweldigende Acan-tilados van Los Gigantes zien, of Garachico en Taganana. En dat is het zowat ik ken mensen die reeds tien keer naar boven zijn gereden, die vele keren Masca zijn afgedaald en niet verder zijn geraakt dan dat leuke barretje, daar ongeveer waar de eigenlijke barranco begint.

Men doet moeite om de noordzuidoversteek te maken om van San Andrés naar Taganana te rijden om iedere keer opnieuw in een van de drie restaurants te genieten van de ‘pescado a la plancha’. En natuurlijk zijn er ook nog de grootstedelijke gebieden zoals Santa Cruz, La Laguna en Puerto de la Cruz die slenterende wandelaars aantrekken door het aanbod van de vele winkels en nog veel meer bars.

Ik vergeet een aantal magneten op te sommen die voldoende aantrekkingskracht bezitten om de toerist en de resident uithuizig te maken. Ik moest het ook ontdekken, net alsof ik de eerste mens op deze aarde was. Ik ben daarna dieper gaan graven. Er is zoveel meer te zien en te bezoeken, maar hoe vind je dat?

De meest klassieke manier is zich op glad ijs te begeven; daar waar geen wegwijzers staan, daar waar het asfalt overgaat in een stoffig gedoe, daar waar je geen medemensen opmerkt. Het probleem is dat je je daar letterlijk en figuurlijk kunt vastrijden en niet iedereen rijdt een 4x4. Dus volg je toch best de ‘macadam’ tot er een wegwijzer staat met een naam die je nooit eerder

hebt gelezen, die wijst naar een onbekende locatie.

Als je geen verkeer tegenkomt dan zit je goed en rij je beslist in de richting van het achtste wereldwonder. Ik vraag mij soms met spanning af of het eiland locaties verbergt die nog nooit door iemand werden betreden. Er bestaan in ieder geval plaatsen waar weinig volk naartoe trekt. Onbekend is, ook hier, onbemind.

Casa Álvaro is een dergelijke locatie, helemaal op het einde van de TF-123 of Las Catalanes, waar het kerkje je tegenhoudt opdat je niet in de Barranco de Valle Grande zou terechtkomen. Unieke locaties waar zelfs de camera-auto van Google Maps niet voorbij kwam. Zo afgelegen zijn deze bestemmingen.

Er zijn ook minder extremen, Chinamada bijvoorbeeld, is via een gewone rijweg te bereiken en toch vinden de toeristen dit gehucht niet terug. Eerst van La Laguna naar Taborno op de TF-13, daarna linksaf, via de TF-145 naar Las Carboneras. De weg loopt oneindig door tot Chinamada je de pas afsnijdt. Een gehucht met amper 100 inwoners op 500 meter boven de zeespiegel, waar de tijd lijkt stil te staan. Daar waar de inwoners één zijn geworden met de natuur, naadloos. Ze wonen achter sierlijk eenvoudige façades maar eenmaal binnen bevind je je in een grotwoning. Je klopt aan en stapt een grot binnen. Tweekamergrotwoningen; ingang, salon en keuken zijn één ruimte, de slaapkamer is een andere. Het gehele jaar door hebben ze dezelfde temperatuur zonder gebruik te maken van toestellen die de ruimtes conditioneren.

Er staat een kerkje - of noem ik het een veredelde kapel? - en dit bouwwerk duidt het begin en tevens het einde aan van de bebouwde kom. Een creatie van de inwoners die eigenhandig het bouwsel hebben opgetrokken en de bouwmaterialen hebben aangevoerd met ezeltjes. Toen lag er nog geen rijweg, enkel een pad.

Er loopt een wandelpad van in de ‘dorpskern’ naar de kliffen van ‘Punta de Hidalgo’ waar je vanaf een mirador boven de oceaan uitkijkt. Veel wandelaars komen er voorbij want er kruisen daar een aantal wandelpaden, ook senderos genoemd.

Om de innerlijke mens te voeden kun je bij Demofilo en Carmen binnenstappen; het enige restaurant in de wijde omgeving. De naam van het etablissement is toepasselijk: in Restaurante La Cueva kun je aan tafel gaan in een gedeelte dat uit de berg is gehouwen. Heel toepasselijk.

NOSTALGIE UIT EEN VER VERLEDEN                                                                  augustus 2016

HERINNER JIJ JE NOG WANNEER JE VOOR HET EERST DE NAAM TENERIFE HOORDE? ALS JE OUDER BENT DAN VIJFTIG WAS DAT DE TIJD WAARIN JE NAAR DE BIBLIOTHEEK MOEST OM INFORMATIE TE VERGAREN, LANG VOOR DE WERELDWIJDE NETWERKPERIODE. OM IETS TE WETEN TE KOMEN MOEST JE MOEITE DOEN. NIET ZOMAAR OP EEN PAAR KNOPJES VAN EEN KLAVIER DRUKKEN MAAR ECHT EEN FYSIEKE INSPANNING DOEN EN TIJD VRIJMAKEN OM DAT ENE BOEK IN DE REKKEN VAN DE BIB TE VINDEN WAARIN ALLES OVER EEN ZONNIG EILAND IN DE ATLANTISCHE OCEAAN WERD GESCHREVEN.

 

Of misschien had je geluk dat er thuis in de kast een encyclopedie stond. Vierentwintig dikke, bijna onhandelbare boekdelen waarvan A-B deel 1 heette en Y-Z deel 24 was. Een rij boeken van wel twee meter lang waarin alles stond. Mijn jongere zusje kreeg niet één boekdeel opgetild.

In het boekdeel S-T, of was het T-U, kon ik alles over Tenerife lezen. Verschillende pagina’s hebben mij dermate geboeid dat ik meer dan één keer het boekdeel uit de kast heb genomen. Een halve eeuw is dat geleden en ik herinner mij vrij goed dat de vorm van het eiland mij deed denken aan een Chinese soeplepel, een lepel vervaardigd in keramiek waar in de bodem een aantal glazen rijstkorreltjes waren verwerkt.

Toen ik het logge boek met een klap dichtsmeet voelde ik mij voldaan, waarom weet ik ook niet. Ik heb alle pagina’s meermaals gelezen. Er stond  ook geschreven dat je er met een boot naar toe kon en dat je daar wel een week over deed. In die tijd reisden familieleden naar ‘Congo’ en ik stelde mij meer dan eens voor dat ze nabij de Canarische Eilanden moesten zijn gevaren.

Ik heb tientallen keren dat boekdeel opengeslagen om nog maar eens alles over Tenerife te lezen. Na zoveel keer hetzelfde te lezen word je het moe, je leert niets meer bij en de interesse dreigt te verdwijnen. Moet ik dan toch naar de bibliotheek? Ik had geen andere keuze, er waren geen andere mogelijkheden.

Op de afdeling ‘geografie’ vond ik een boek over mijn favoriete eiland. Ik merkte dat tekst en uitleg over Tenerife het meeste aantal bladzijden in beslag nam. Logisch, dacht ik, over het grootste eiland kun je ook het meeste schrijven. Dat had ik geleerd uit de encyclopedie.

Fier als een pauw toonde ik thuis het boek. Mijn vader hoorde het donderen in Keulen terwijl ik op zoek was naar info over Tenerife. Waarom ik dat boek had meegebracht? Ik had geen antwoord klaar... het onderwerp boeide mij uitermate.

Vijftig jaar na datum gaat niemand meer naar de bib, toch niet om toeristische informatie over een eiland op te vragen.

Misschien kun je voor jezelf de vraag stellen ‘hoelang het geleden is dat je een bibliotheek binnen liep’. Ik wil het antwoord niet horen: voor mij was deze uitlening de laatste keer dat ik er binnen kwam. Mijn moeder droeg het boek weken later terug en betaalde ook de boete die aan de overschreden leentermijn was gekoppeld. Nadien verdween de interesse voor Tenerife. Het ebde gewoon weg. De encyclopedie stond verlaten in de kast en de bib was te ver weg.

Nostalgie uit een ver verleden, wat was dat een leuke tijd. Nog voor de glamourtijd van Ten Bel kon je reeds naar Tenerife, dat oneindig ver leek te liggen.

Als je jonger bent dan vijftig zul je jezelf in deze column niet herkennen. Lang geleden waren de afstanden nog groot en was tijd nog lang.

Vandaag leven we in een andere, veel kleinere wereld. Alles wat ik vijftig jaar geleden heb uitgevoerd om Tenerife te ontdekken kun je op vandaag doen door een paar simpele aanslagen op een toetsenbord. Het ‘weeweewee’ heeft de wereld doen krimpen en heeft alles en iedereen op deze planeet dichter bijeen gebracht. De globe is zo klein geworden dat wij Tenerife vanaf het thuisfront bijna kunnen aanraken.

We worden allemaal buren van elkaar. Het lijkt er op dat we allemaal rond één punt wonen en dat we vanaf deze locatie iedereen de hand kunnen reiken. Zo klein als een blauwe knikker, zo groot is onze virtuele wereld. Onvoorstelbaar.

Wat een verschil met 50 jaar geleden. Vanaf de encyclopedie en de bibliotheek een oversteek maken van vijf decennia en uitkomen in een andere wereld, een wereld die zo klein is geworden dat ik jullie bijna kan aanraken.

Enkel een knuffel geven lukt nog net niet.  

IK HEB MIJ REEDS MEERMAALS AFGEVRAAGD HOE HET EILAND ER UIT ZOU ZIEN ALS ER NIEMAND AANWEZIG ZOU ZIJN. ZOALS HONDERDDUIZEND JAAR GELEDEN OF NOG LANGER ZELFS. WAREN ER TOEN AL DIEREN OP DIT LAND? VERMOEDELIJK WEL; VOORHISTORISCHE MONSTERS MET NAMEN DIE EINDIGEN OP ...AURUS EN OP ACTIS. LOPENDE, KRUIPENDE EN VLIEGENDE VOORWERELDLIJKE MONSTERS?

 

Het uiteendrijven van de Afrikaanse en de Euraziatische platen hebben het magma toegelaten te ontsnappen. De aardkost kon de enorme druk niet meer tegenhouden en daar waar de barst scheurde vloeide er gloeiend en vloeiend specimen vanuit de kern van de aarde.

De druk heeft miljoenen tonnen sediment uitgestoten dat zich heeft opgehoopt; meter per meter, tergend langzaam tot er een hoogteverschil is ontstaan van 11.000 meter. Ruim 7.000 meter onder de zeespiegel en bijna 4.000 meter erboven. De eilanden zijn in feite de toppen van enorme onderzeese bergketens die 30 tot 80 miljoen jaar geleden zijn gevormd. Pas onlangs, rond 3.000 voor Christus zijn de eerste bewoners, vermoedelijk vanaf Afrika binnengeslopen. Gemakshalve heeft men deze groep de Cro-magnonmensen genoemd.

Hoe is dan dat allereerste sprietje groen hier beginnen groeien? En dat eerste bloempje? En dat eerste boompje? Is hier ooit een voorhistorische reuzenvogel komen aanvliegen die ‘iets’ heeft laten vallen waarin ‘iets anders’ het start-schot heeft gegeven van de floragroei.

Ik zou het niet weten, daarvoor ben ik niet lang genoeg naar school geweest en heb ik bijlange niet de juiste studierichting gekozen.

Een eiland zonder mensen Alleen ik op het eiland, zodat ik zou kunnen schrijven dat er geen files zijn ontstaan en dat er daardoor ook geen ongevallen en incidenten te melden zijn. Dat bosbranden niet worden aangestoken door mensen en als dusdanig ook niet geblust worden. Er zou ook geen nachtlawaai veroorzaakt worden aan de 250 meter lange discotheekstrip. Er zouden geen dronken mensen te zien zijn, en geen ruzies gemeld worden, en daardoor zou onderlinge jaloezie niet aanwezig kunnen zijn.

Ik wandel over de ‘Golden Mile’ geflankeerd door twee rijen hotels. Ik zie luxe en heb parkeermogelijkheden zat; ook dat is luxe.

De winkels zijn leeg, er is ook geen personeel en de schabben zijn niet opgevuld. Ik krijg honger en stap een eethuisje binnen. De menustandaard verraadt dat hier ooit Russen aanwezig waren want de opengeklapte kaart is onleesbaar. Ik zet mij neer en kijk rond. Het ruikt hier niet naar een restaurant. Het ruikt hier naar niets, naar verlaten. Ik kan mij niet van de indruk ontdoen dat ik hier niet zal bediend worden en verlaat met een knorrende maag het lege huis.

Ook in Puerto Colón vind ik niet wat ik zoek. Ik zie een lege haven, een haven zonder boten. Akelig stil en benauwd. In een haven hoeven er boten te liggen. Meer zelfs, op de weg moeten auto’s rijden, in de winkels moet de juffies je lachend aankijken en een restaurant moet je met een bevredigd buikgevoel kunnen verlaten.

Mijn maag blijft knorren. Ik word wakker en knipper met de ogen. Wat een nare droom.

Heb jij dat ook dat je bij het ontwaken een droom feilloos kunt navertellen? Ik denk er nog even over na alsof ik deze waan straks zal vergeten zijn.

Een eiland zonder bewoners is maar niets en geeft geen lekker gevoel. De eenzaamheid in mijn droomverhaal was onuitstaanbaar. Deze leegte kon op geen enkele manier opgevuld worden. Enkel snel wakker worden was de boodschap. Het eiland met de schitterende naam T E N E R I F E heeft alles te bieden wat je maar denken kan. Als je je verplaatst van locatie verandert ook het aanbod en dat hoef je maar te plukken. Genieten kan hier op elke hoek van elke straat. In de 31 gemeenten kan je geluk niet op omdat in elke gemeente een ander aanbod in de rekken ligt. Je kunt hier zelfs kiezen welke klimaatzone je prefereert, of je kiest uit de menu aan zee of uit de menu in de bergen. Je kiest voor rust of je duikt het flitsende leven in. Je kiest voor de juiste levenssnelheid. Het aanbod is legio. En misschien niet onbelangrijk; je leeft hier in een gezonde omgeving. Je hoeft geen fijne toxische stofdeeltjes, geen CO² en geen koolstofmonoxide in te ademen. Nu en dan krijg je Saharastof naar binnen maar dat is ongevaarlijk; dat snuit je uit of hoest je op. Niet kankerverwekkend en je gaat er helemaal niet dood aan.

Dan ben ik toch enigszins tevreden dat hier honderdduizend jaar geleden of nog langer geleden een voorhistorische reuzenvogel is voorbij gevlogen en ‘iets’ heeft laten vallen waarin ‘iets anders’ zat. Zou in dat kleine hoopje troep toch de hele toekomst van Tenerife hebben gezeten?                        

ONBEWOOND EILAND                                                                                                      juni 2016

HERINNER JE JE NOG DIE EERSTE KEER DAT JE IN TENERIFE AANKWAM? NOG VÓÓR JE JE EERSTE STAP OP TENERIFIAANSE BODEM ZETTE ZAG JE HET EILAND VANAF JE PASSAGIERSZETEL OP HET VLIEGTUIG. TENMINSTE ALS JE AAN DE JUISTE KANT AAN HET RAAMPJE ZAT. JE MERKTE EERST EEN ONTZAGLIJKE BERG, DAN VEEL BERGFLANK EN FINAAL EEN VLOEDLIJN OF EEN GRENS TUSSEN LAND EN OCEAAN. DE KUST.

 

Vanop deze hoogte keek je ongetwijfeld ook naar de kleuren en naar de schakeringen die de wijde omgeving uitstraalde terwijl het vliegtuig steeds maar verder daalde. Blauwgroen tot donkerblauw voor het water, zwart voor de kuststreek afgewisseld en geelbruin voor de flanken. Groen voor de beboste gebieden en een helemaal boven; een kroon.

Pas later, toen je reeds het vliegtuig verlaten had, kon je het nog beter zien want je verkende eerder al diverse locaties en verslond verschillende stranden. Het ene wat fraaier dan het andere. Het ene wat ruwer, het andere wat rustiger. Eén ding hebben ze niet gemeen; gelijkvormigheid. Alle stranden verschillen van elkaar.

Zelfs de zandstranden onderling hebben hoge differenties; het ene heeft bruingeel zand, het andere is zwart en nog een ander is bezaaid met fijne goudgele zandkorrels.

Een strand is een locatie die je fysiek kunt betreden zonder ongelukken. Dit is ook de scheiding tussen twee massa’s; water en land.

Ik geloof dat Tenerife 342 kilometer kustlijn heeft waarvan het grootste deel zelfs niet in aanmerking komt om strand genoemd te worden. Maar wel mooi om naar te kijken of om foto’s van te maken. De grillige en ontoegankelijke kustdelen vormen enkel het fotografisch decor en een natuurlijke barrière die vermijdt dat een deel van het eiland onder water zou lopen en als dusdanig de oppervlakte van het eiland gevoelig zou doen slinken.

Ik mag er niet aan denken hoe het ruim 2.000 vierkante kilometer grote eiland zou aangevallen worden door een zeespiegelverhoging ten gevolge van het smelten van de polaire en Antarctische ijskappen. Laten we nu nog aannemen dat de rechtstreekse oorzaak het verdwijnen is van de ozonlaag, te wijten aan het overvloedig gebruik van fossiele brandstoffen, dan nog zullen wij alles in het werk moeten stellen om de wondermooie archipel te beschermen. Ik mag er niet aan denken* dat de oceaan oprukt en straks tot helemaal aan mijn voordeur staat. Kustlijnen zullen er altijd blijven bestaan maar stranden in deze optiek zullen steeds vergaan. Ik mag er niet aan denken*. We kunnen onmogelijk met zijn allen op de Teide gaan wonen of de bergflank omhoog kruipen.

Maar voor het zover mocht komen kunnen we nog even toeren touren en een aantal stranden bezoeken die onder de noemer zandstrand vallen. Wij starten onze rondrit in Los Gigantes en treffen drie soorten kustlijnen aan. Los Acantilados maakt geen kans, je kunt geen strand terugvinden op 450 meter boven de zeespiegel. Wel is er een zwart strand tussen de haven en de kliffen. Wat meer naar het zuiden is het zand ook zwart; Playa La Arena en, nog verder, het strand van San Juan die beide onder de noemer lavastrand vallen. En zo zijn er nog meer.

Je neemt het mij niet kwalijk dat ik hier geen opsomming maak van de ruim 150 stranden en strandjes die Tenerife rijk is. Ik wil enkel maar een classificatie van ‘playas’ brengen.

Een van de  drukste stranden is ongetwijfeld dat van Las Vistas en wat verder noordoostwaarts ligt Costa Magallanes dat gevormd wordt door de langgerekte zandstranden van El Médano en van La Tejita. We laten hier in het midden of deze stranden al dan niet kunstmatig werden aangelegd.

Keistranden vind je meer aan de oostkust, daar kruipt het zand niet tussen je tenen, maar of je daar makkelijker op wandelt is maar de vraag. Van Granadilla tot Las Caletillas liggen keien, veel keien met hier en daar een  uitzondering die de regel bevestigt. Candelaria en Güímar zijn de grote uitzonderingen.

Het mooiste strand is ongetwijfeld Las Teresitas. En dan moeten we helemaal rond het Anagagebergte om in het noorden aan te komen.

Hoe inventief  zijn de mensen hier geweest om hun grillige kusten om te vormen tot toegankelijke zeezwembaden. De oceaan spoelt bij iedere vloed vers zeewater in de halfopen bassins en staat er een ‘mar de fondo’, dan kan de pret helemaal niet meer op. De zwarte strandjes in het noorden zijn legio, maar eens bij Garachico aangekomen is het over. Daar ligt het Teno-natuurpark en daar ga je vooral niet zwemmen, te gevaarlijk door de verraderlijke stromingen. Als je daar voorbij bent kom je weer in Los Gigantes terecht en is de cirkel helemaal rond.

VAN KUST TOT KUST                                                                                                 mei 2016

TENERIFE HEEFT EEN VERLEDEN, EN WAT VOOR EEN! EEN VERLEDEN DOORDRENKT MET WAT VOORSPOED MAAR OOK EEN VERLEDEN MET VELE OORLOGEN EN ZEESLAGEN. DE GEOGRAFISCHE LIGGING HEEFT STRATEGEN ERTOE AANGEZET OM HET GEBIED IN TE PALMEN EN TE GEBRUIKEN ALS UITVALSBASIS OM VERDER TE TREKKEN; RICHTING DE NIEUWE WERELD MAAR OOK RICHTING HET AFRIKAANSE CONTINENT... OF GEWOON OM HET TE BEZITTEN.

 

De geschiedenis van de Canarische Eilanden begon reeds veel vroeger, maar dit verhaal heeft daar geen boodschap aan. Het gaat hier over een generaal en een admiraal met twee nationaliteiten.

Begin de 14de eeuw verschenen de Catalanen ten tonele, gevolgd door de Genuanen en daarna de Mallorcanen. Ze waren allemaal verliefd op de Canarische archipel omwille van de strategische ligging ervan. Ook de Portugezen zagen er wel iets in. In 1402 kreeg Jean de Béthancourt van de Castiliaanse kroon de opdracht om het eiland te veroveren. Later hebben de eerste, maar vooral ook de tweede wereldoorlog spreekwoordelijk roet in het Canarische economische eten gegooid.

Ook het Francoregime was tergend voor de archipel. De opstand tegen de democratisch verkozen volksfrontregering op de Canarische eilanden was in 1939 de aanleiding voor een bloedige Spaanse burgeroorlog. Maar daarvoor in

1797 was Horatio Nelson waarschijnlijk de meest beroemde Engelsman op de Canarische archipel. Admiraal Nelson zette met zijn armada op 25 juli de aanval in op Tenerife.

Dit wordt geen bloederig verhaal, maar wel eentje die de geschiedenis ingaat als een schoolvoorbeeld van een anti-oorlogsverbond tussen Tenerfeños en Engelsen.

De Canarische eilanden werden steeds beschouwd als draaischijf tussen verschillende contingenten maar het werd vooral als strategisch gebied gegeerd door de Spanjaarden, de Portugezen en de Angelsaksen. Op vandaag zijn er een pak meer nationaliteiten die het eiland begeren, maar dit heeft nu vooral te maken met de aantrekkingskracht van het klimaat en dat is dan weer goed voor de economie.

Op het einde van de 18de eeuw werd een aanval door Nelson afgewend door de verenigde Canarische troepen onder leiding van generaal Antonio Gutierrez die admiraal wandelen stuurde na een mislukte aanval op het eiland.

Op deze warme zomerdag keek een dartele boerendochter vanaf het Anagagebergte en zag de Engelse armada die naar de hoofdstad Santa

Cruz voer. Zij rende in allerijl naar het dichtste militair garnizoen en verwittigde bijtijds de Canarische troepen die de verrassingsaanval konden afwenden.

Vanaf de versterkte burchten en van uit de hoofdstedelijke opgestelde defensie konden de artillerietroepen de felle aanval afslaan. Er wordt verteld dat het kanonnengebulder van het historisch kanon ‘El Tigre’ de aanvallers verdreef. In werkelijkheid waren het doelgerichte artillerievuur en de impact van de kanonballen de oorzaak. Het kanon werd in ere gehouden en staat nu te kijk in het ‘Museo Regional Militar’ in Santa Cruz.

Na het militaire treffen en het afdruipen van admiraal Nelson en zijn troepen ondernam generaal Gutierrez een humaan en uiterst vreedzaam initiatief. Hij stuurde Nelson en de zijnen een brief waarin hij de tactische aanval en het militaire optreden loofde. Samen met deze brief stuurde hij ook kaas en wijn van het eiland mee.

Kort nadien stuurde Nelson een brief terug als eerbetoon en als dank voor de ontvangen goederen liet hij Angelsaksische kaas en wijn aan de Canarische troepen bezorgen. Zo zie je maar dat het leven samen hangt van toevalligheden en dat deze toevalligheden kunnen leiden tot een onvoorspelbaar lot.

Daarmee ontstond een zekere collegialiteit, een verborgen sympathie tussen de admiraal en de generaal, en dus ook tussen de troepen uit Tenerife en Engeland. Deze vriendschap blijft tot op vandaag duren. Dat is waarschijnlijk ook de reden waarom de Engelse gemeenschap op vandaag de grootste taalgroep is op het eiland. Zo zie je maar dat veldslagen, in dat geval een zeeslag, niet altijd dood en verderf moet zaaien.

Ik stuur mijn groeten ook aan Nelson en aan Gutierrez. ¡Muchas saludas!

WAT EEN VERLEDEN                                                                                                  april 2016

ZWEMBADGENOEGENS                                                                                      september 2016

HET IS GOED DAT IK DEZE COLUMN BEGIN MET EEN ZINSNEDE UIT HET BOEK ‘HET ZWEMBAD’, GESCHREVEN DOOR SPRY. VELEN ZULLEN ZICH HERKENNEN IN HET GEVOEL DAT JE KRIJGT ALS JE IN JE NIEMENDALLETJE AAN EEN ZWEMBAD VERSCHIJNT OF ALS JE ZWETEND AAN EEN ZWEMBAD VOORBIJKOMT.

 

Je betreedt het zwembad. Voor je gevoel zit iedereen uitgerekend naar dat gedeelte van jouw lichaam te kijken waar je je het meest voor schaamt. Verstandig is om je neus omhoog te gooien en je daar niks van aan te trekken; maar was het maar zo simpel

Iedere man wil dat sixpackgespierde gebruinde lichaam. Iedere vrouw wil het lichaam zonder cellulitis, rimpels en die extra twee kinnen.

Keep on dreaming. Je moet roeien met de riemen die je hebt Ikzelf heb een verschrikkelijk lichaam: wit en puistig. En rughaar: een soort amazone gebied. Vroeger haalde ik het altijd weg met ontharingscrème. De laatste jaren heb ik daar de puf niet meer voor. Ach, ze nemen me maar zoals ik ben.”

Dit is zowat de beste attitude die ik ken: je er niets van aantrekken. In Tenerife liggen de zwembaden zij aan zij. Ze overspoelen het eiland. Waar je ook gaat of staat, je komt ze overal tegen.

 

Ieder hoteletablissement dat zichzelf respecteert heeft er minstens een, de privézwembaden zijn legio en de zeezwembaden zijn geen uitzondering. Zowel in het zuiden als in het noorden liggen ze net wel, net niet in zee. Toch leuk als je dergelijk aanbod krijgt op een zonovergoten eiland.

Het zwembad is meestal een centraal gelegen put waarrond bewust of onbewust van de zon wordt genoten. Sommige hebben zelfs een poolbar, een kwestie om de hotelgasten binnen de hotelmuren te houden.

Een zwembad heeft een aantal functies waarvan zwemmen en waterspelen de belangrijkste zijn. Een zwembad heeft aantrekkingskracht, het magnetiseert de mensen. Als je er fysiek niet door aangezogen wordt zul je toch je blik niet afwenden.

 

Integendeel, het onderbewustzijn wordt geprikkeld door de schittering van het water in het blauwe bassin, door de frisheid dat het geheel uitstraalt en misschien ook wel door de entourage.

Zwemmen is gezond, je traint er je lichaam mee en je beweegt. Goed voor de mens en het gewicht dat het lichaam moet dragen. Het is leuker in het zwembad dan in een zweterige fitnesszaal en omdat je zwemmend al je spieren gebruikt wordt calorieverbruik opgevoerd. Door een halfuurtje te zwemmen verbrand je tot 400 kcal. Dat is meer dan met wandelen of met fietsen en je doet zonder het te weten aan een vetverbrandende conditietraining die tegelijk je kracht en je weerstand vergroot.

 

Zwemmen is bovendien vergevensgezind voor je spieren, pezen en gewrichten, maar ook het hart vaart er goed bij. Je bloeddruk en  cholesterolniveau dalen en verminderen op deze manier de kans op hart- en vaatziekten. De inspanning werkt ontspannend doordat het water je letterlijk verlicht en je hart rust geeft. Bovendien ga je er ook beter van slapen en heeft  deze nachtrust een gunstige invloed op je gestel.

 

Nog nooit over nagedacht waarom je nooit transpireert in het zwembadwater?

Dat komt omdat de regulator die je lichaamstemperatuur regelt nooit in overdrive gaat. Het water zorgt reeds bij het eerste contact voor een afkoelend effect. Je droogt dus ook niet uit van zwemmen in tegenstelling tot andere sporten. Ik beweer hier niet dat je na een zwempartij geen zin krijgt in een lekker drankje. Dat hoort tot de sfeer van een zwembad. Drinken tegen het vochtverlies is hier echter niet nodig.

Zwemmen vergroot de longcapaciteit en verbetert de ademhaling, zaken waar hooikoortslijder en astmapatiënt wel bij varen.

Fysiek uitdagend, visueel attractief en moreel magnetiserend is zowat de synthese van dit verhaal. Zwembaden, er moesten er meer zijn...

FIESTAS ... OVERAL FEESTEN                                                                            oktober 2016

IEDERE DAG IS ER WEL ERGENS EEN FEEST OP TENERIFE. FIESTAS ZIJN BELANGRIJK VOOR TENERFIANEN EN DEZE ZIJN DIEP GEWORTELD IN HUN CULTUUR. DE EILANDGEMEENSCHAP KAN NIET ZONDER. HET IS NET EEN VERSLAVING WAAR JE NOOIT MEER VAN AFRAAKT. STEEDS WEER WORDT ER EEN REDEN GEZOCHT OM IEDEREEN ROND EEN OF ANDER FEESTGEBEUREN TE VERZAMELEN.

 

Deze activiteiten dragen een erecode die altijd met een doel worden georganiseerd. Er staat steeds een heilige paraat om vereerd te worden. En als deze afwezig blijft dan zoeken ze steevast een andere reden om toch maar te kunnen overgaan tot een sociale activiteit waarin dans en muziek centraal staat.

Het zit in de genen, ze krijgen het zo bij de geboorte mee. Feesten is verplicht.

 

Je kunt het vergelijken met een aantal zomeractiviteiten in de Lage Landen: het mooie weer verleidt organisatoren tot het inrichten van buitenfestiviteiten. Op Tenerife is dat niet anders. Hier duurt de zomer het hele jaar door, dus kun je 365 dagen lang genieten van activiteiten die het sociaal gevoel bevorderen, met het accent op eten, drinken en gezelligheid. Deze criteria vind je overal terug, bij iedere festiviteit die dagdagelijks doorgaat.

 

Romerías zijn daar een mooi voorbeeld van. Afgeleid van het woord processie en verwijzend naar de pelgrims die naar Rome trokken of naar een heiligdom. Bedevaart is niet het juiste synoniem om een romería te beschrijven, maar het komt er toch erg dichtbij, vooral dan van oorsprong. Men wil vooral geen bedevaart organiseren. Toch moet gezegd worden dat de lokale patroonheilige in de straten van het dorp altijd voorop loopt. Deze stoet wordt dan meestal gevolgd door diverse scènes uit het landelijke leven. De geitenhoeder en zijn kudde, de wijnboer met wijnvaten aan boord, de vele karossen getrokken door gespierde ossen, de muzikale intermezzo’s, de lokale kleurige klederdracht en vooral de uitbundig toekijkende en graaiende toeschouwers maken het spektakel compleet. Er valt wel wat te rapen bij een voorbijtrekkende romería-stoet: kaas, een gekookt ei, een glaasje fruitige rode wijn, lokaal geteelde groenten en fruit worden onderweg gratis uitgedeeld door de deelnemers die op deze manier hun geoogste producten promoten.

 

’s Avonds is het hek helemaal van de dam. Op het centraal gelegen dorpsplein barst de hel los. Als de zon achter de horizon is verdwenen start een lokale band haar repertoire en danst de dorpsgemeenschap de nacht door. Salsa, merengue, pasodoble, tango, sírinoques en tajarastes zwieren door de nachtelijke lucht. Geen enkele Europeaan die dit kan volhouden. Zij wel, het lijken wel ‘duracellekes’ die nooit leeglopen. Zij genieten van elke noot en van elk akkoord, ze genieten van ieder drankje, van iedere babbel en elke knabbel.

 

In talloze gemeenten wordt de reveillon buiten gevierd. Het afscheid van het oude en de verwelkoming van het nieuwe jaar gaan door op datzelfde marktplein. Ieder jaar opnieuw schuiven Tenerfianen dansend van oud naar nieuw op commando van een Canarisch orkest die de massa doet bewegen op de tonen van ritmische zuiderse melodieën. Iedereen naar buiten is ook hier het devies, want de reveillonnacht is net warm genoeg om de dansende massa te laten transpireren. En dat is dan weeral goed voor de talrijke kraampjes die voor deze gelegenheid werden aangevoerd. Ook hier beleef je het gevoel van samenhorigheid. Feesten zijn als het ware sociale media die iedereen met iedereen verbindt. Misschien werd Facebook wel bedacht op Tenerife?

 

Daarnaast zijn er de typische heiligenvereringen. Op het eiland vind je ontelbare zaligverklaarden, je kunt ze niet allemaal opnoemen. In elke gemeente, elk dorp of gehucht hebben ze er wel een die jaarlijks moet vereerd worden. San Pedro, San Miguel, San Blas, San Isidro en onnoemelijk veel anderen passeren jaarlijks de revue, en net deze persoonlijkheden zijn het mikpunt van talrijke evenementen waaraan telkens een fiesta wordt gekoppeld.

 

Alle verenigingen, elk verbond, iedere sociëteit en tal van bedrijven aanroepen elk afzonderlijk een heilige om bescherming en voorspoed te verkrijgen. Wat denk je? Uiteraard wordt daar ook een feestje aan gekoppeld. Zelfs de Policía Local en de Guardia Civíl hebben hun patroonheilige. En ook de brandweer, en de muzikanten, en de metaalbewerkers, en nog velen meer. In de lijst van de officiële feestdagen op Tenerife staan er ook een paar heiligen. En als je de som maakt van al deze festiviteiten, dan bekom je het getal 365. Of zoals ik hierboven reeds schreef kun je een heel jaar lang van het ene feest naar het andere.

 

Ik denk dat de Pitaboys toch even op Tenerife zijn geweest vooraleer zij hun nummer ‘Waar is da feestje?' (... hier is da feestje) hebben opgenomen. Of tenminste hun inspiratie hier vandaan hebben gehaald.

TRADITIONELE VISVANGST                                                                                    november 2016

JE ZIET ZE DAGELIJKS UITVAREN EN JE KUNT HET ECHT NIET LATEN OM ZE TE OBSERVEREN. DE KLEURRIJKE VISSERSBOTEN DIE VANAF DE HAVEN DE OCEAAN OPSTOMEN OM HUN DAGELIJKSE PORTIE VIS TE VANGEN. ZE GOLVEN MET DE ZEE MEE EN VAREN ONVERSAAGD NAAR VISRIJKE WATEREN. JE VRAAGT JE SOMS AF HOE ZE HUN WAAR AAN BOORD KRIJGEN EN VOORAL HOE ZE DE VIS VANGEN.

 

In de haven is het reeds vroeg een drukte van belang. De boten worden getuigd en het aas wordt aan boord gebracht. De hoofdmotor draait reeds een tijdje warm vooraleer de ankertouwen worden losgegooid. Je hoort hier en daar Canarische kreten en zachtjes tuffend verkleinen de rood-, blauw-, en groenge-kleurde sloepen door het ruime sop te kiezen.

Aan boord heeft el capitán het roer en de gashendel stevig in handen en naarmate hij de haven verder achter zich laat geeft hij meer gas. De marineros staan gebukt op de achtersteven, het lijkt alsof ze samen iets aan het zoeken zijn. In werkelijkheid zijn ze het visgerief aan het optuigen. Afhankelijk van het seizoen vangen ze tonijn, sardines of andere en daar horen  verschillende vistechnieken bij.

In deze oceaan zit geen tong, schol, tarbot, griet en kabeljauw, wel makreel en sardines en daarbij is de vergelijking met de Noordzee over. De zeebodem is geen egale zandvlakte waar je met sleepnetten het visbestand kunt kelderen. Neen, in deze oceaan zwemmen andere soorten vis en is de ondergrond een grillig labyrint van gestolde lava en magma waar elk visnet blijft aan vastzitten.

De lokale vissers zijn experts in het zoeken en toepassen van systemen die de visvangst bevorderen. Zo wordt er een porseleinscherf in de fuiken gelegd om de aandacht van de vis op te eisen of gebruiken ze een cd om vlak onder de waterspiegel de zonnestralen te reflecteren om op deze manier roofvissen aan te trekken. Trucjes, de hele viseconomie barst ervan. Maar er zijn er meer. Weet je waarom een visser die aan land komt na de vangst de viskorf op de schouders draagt? Ja, uiteraard voor het draagcomfort maar vooral omdat de concullega’s niet zouden zien wat er gevangen werd en daardoor ook geen omzetberekening kunnen maken.

Je kunt vanaf de wal niet zien op wat ze gaan vissen omdat er nog niets in stelling is gebracht. Pas na het uitvaren wordt aan boord alles klaargemaakt om het koelruim te vullen.

 

De meest gebruikte vismethode is de fuikvangst. Fuiken of nasas zijn een soort onderwatervogelkooien die op de bodem worden neergezet. Het gezouten en deels rotte aas wordt in de fuik vastgemaakt en moet ervoor zorgen dat de vis de kooi binnenzwemt. Deze kooi is een onderdeel van een lijn waar zes (soms meer) fuiken aan elkaar zijn verbonden. Een drijfboei verraadt de ligging van deze fuiklijn.

Harpoeneren is een andere, niet zo vaak gebruikte vismethode en wordt meestal toegepast wanneer petos en barracudas in de viswateren aanwezig zijn. Een compact disc wordt net onder de waterlijn bevestigd en de weerkaatsing van de zonnestraling lokt deze aasvissen naar boven. Daar staat de harpoenwerper paraat om de viertand in de nek van de straalvinnige vis te planten.

Netvissen wordt slechts toegepast wanneer er massaal op sardinas of op caballas wordt gevist. Vanaf de boot wordt een verticaal drijfnet rond de school vissen getrokken door een sloep. De stroptechniek doet de rest, en dan moeten ze nog enkel scheppen.

 

Al corrican is het voortslepen van een of meerdere sleeplijnen door een boot en wordt meestal gebruikt om kleine of grotere tonijnsoorten en koningsmakreel of marlijn te vangen. Dit is een vismethode die ook toegepast wordt om de verloren vaartijd naar de eigenlijke visgronden te overbruggen.

Grondvissen is dan weer een andere manier om te vissen. Tot 1.500 meter diep met één kilo gewicht aan de inoxlijn van een elektrisch aangedreven vislijn die het mogelijk maakt om bijvoorbeeld congrio – vergelijkbaar met zeepaling maar dan dikker – en andere grondsoorten te vangen.

Een laatste vistechniek is deze die gebruikt wordt bij het vissen op tonijn in scholen. Daarvoor kiest de boot een locatie waar deze vissen massaal samenhokken. Een sproei-installatie op de boot zorgt ervoor dat het zicht van de boot vanuit het water verdoezeld wordt terwijl de bemanning met lange rieten stokken, waaraan een kort lijntje hangt met levend of kunstaas aan de haak over het wateroppervlak zwiept. Op deze manier vangt men veel vis in weinig tijd.

 

Er zijn natuurlijk nog andere methodes die ervoor zorgen dat een specifieke vissoort op je bord belandt. Voor de vangst van levende chocos of sepia gaat men snorkelend te water om een kloknet over de vis te plaatsen en murenen worden geklist in tamboer-fuiken, terwijl garnalen in een kofferfuik met fijne gaasdraad terechtkomen.

Ze zijn niet zot meneer, die vissers in Tenerife. Ik noem ze eerder zeelui met gezond boerenverstand.    

IK WILDE WEL EENS WETEN HOEVEEL MENSEN ER OP DIT EILAND OP DE HOOGTE ZIJN VAN DE BESTUURLIJKE ORGANISATIE ERVAN. IK WILDE WETEN HOE DUIDELIJK OF HOE ONDUIDELIJK HET POLITIEK ORGANIGRAM IN ELKAAR STEEKT EN OF DE TOERISTEN EN RESIDENTEN ER ZICH VAN BEWUST ZIJN DAT ZE RONDLOPEN OP SPAANS GRONDGEBIED EN BESTUURD WORDEN DOOR EEN LOKAAL BESTUUR.

 

Daarom peilde ik naar de wijsheid van een aantal Nederlandstaligen in Tenerife. Wat meteen opvalt is dat Vlamingen amper weten hoe België bestuurlijk in elkaar zit. Hollanders weten beter hoe Nederland in elkaar steekt, maar dat heeft vooral te maken met hun eenvoudige politieke structuur.

Maar hoe zit het in Spanje en hoe situeer je Tenerife en de andere Canarische Eilanden binnen aardrijkskundige en politieke dirigerende lijnen?

 

Mijn 'enquête' viel tegen. Sommigen vielen uit de lucht, anderen kwamen niet verder dan 'euh...'. Een paar wisten mij te vertellen dat Spanje geen rekening houdt met het Canarisch overzees gebied en één iemand vertelde mij dat Tenerife niet alleen een eiland is maar ook een land op zich. Ik viel bijna achterover. Het is slecht gesteld met onze kennis en met de algemene ontwikkeling over ons geliefd eiland. Hoog tijd om deze onzinnige waarheden te kelderen en om de onwetendheid te bestrijden. Daarvoor haal ik mijn krachtigste wapen boven. Mijn pen.

 

Als we spreken over het cabildo dan bedoelen wij daarmee de eilandregering en hebben we het specifiek over het bestuurlijk orgaan van de westelijke provincie Santa Cruz de Tenerife. Maar in feite ben ik niet goed begonnen en moet ik met de fundering beginnen. De absolute basis van dit geheel is het soevereine Koninkrijk Spanje.

 

De Spaanse staat is gebaseerd op een federalistisch systeem - waar hebben wij dat nog gehoord - met autonome gemeenschappen. Deze comunidades autónomas bestaan uit een of meerdere provincies die op hun beurt onderverdeeld worden in comarcas of gewesten. Op de Canarische Eilanden bestaan deze echter niet, alleen in Catalonië vervullen deze een bestuurlijke rol. De provincies zijn dan weer onderverdeeld in gemeenten of municipios.

Spanje is onderverdeeld in 52 provincies, waarvan twee entiteiten geen deel uitmaken van een autonome regio of Comunidad maar van een autonoom stadsgebied: namelijk Ceuta en Melilla, die enclaves zijn aan de overkant van de Middellandse Zee, met name aan de Marokkaanse kust.

 

De Canarische Eilanden vormen twee provincies in Spanje. De oostelijke provincie Gran Canaria + Fuerteventura, Lanzarote en La Graciosa. De westelijke provincie Tenerife + El Hierro, La Palma en La Gomera. Op Tenerife kennen wij 31 gemeenten die op hun beurt bestaan uit een aantal deelgemeenten of poblaciones. Deze deelgemeenten bestaan dan weer uit tal van gehuchten of barrios. En dat geheel maakt van Tenerife een gigantisch bos met onnoemelijk veel plaatsnaamborden en wegwijzers die ons geheugen op zijn minst doet verstrikken.

Omdat ik toch de vraag gesteld krijg zet ik de 17 zelfstandige deelstaten hier op een rij: voor alle duidelijkheid, Ceuta en Melilla horen daar niet bij.

Andalusië, Aragón, Asturië, Balearen, Baskenland, Canarische Eilanden, Cantabrië, Catalonië, Extremadura, Galicië, Castilië-La Mancha, Castilië en León, La Rioja, Madrid (als deelstaat met Madrid als hoofdstad), Murcia, Navarra en Valencia.

 

Sommige deelstaten hebben een grote behoefte aan onafhankelijkheid omdat ze over een sterke zelfstandigheid en een eigen taal beschikken. Denk maar aan de regio’s Catalonië, Baskenland en Galicië. Omdat deze al in een vroeg stadium meer eigen rechten toegewezen kregen dan overige regio’s vallen ze onder het 'speciale regime', waarbij de regionale taal een officiële status toegewezen kreeg. Er worden in Spanje dus vier officiële talen gesproken, namelijk het Castiliaans, het Baskisch, het Catalaans en het Galicisch.

 

Spanje telt in totaal 17 deelstaten, 52 provincies en 8.112 gemeenten. Dat maakt het gegeven behoorlijk moeilijker dan de bestuurlijke indelingen in Nederland of zelfs in België.

Spanjaarden die in regionale staten wonen zijn trotser op hun deelstaat dan op Spanje en voelen zich meer betrokken binnen de regio waar ze leven. Het nationalisme is dan ook ver te zoeken. Ooit hadden de Canarische Eilanden de behoefte om alleen en onafhankelijk door het leven te gaan, daarvan getuigen nu nog afgeblakerde en bijna onzichtbare opschriften als independencia die op rotswanden werden gekalkt, gedreven door het Canarisch nationalisme.

Dat is precies de reden waarom we nooit ‘Spanjaard’ zeggen tegen een Canariër. Het nationalisme is niet meer zichtbaar maar is wel nog degelijk aanwezig.

WIE, WAT, HOE ... EN WAAROM?                                                                             december 2016

HOE GELUKKIG KAN IEMAND ZIJN. MET VEEL MOGEN EN WEINIG MOETEN STUREN WIJ ONZE CREATIVITEIT DE HOOGTE IN EN MAKEN DAAR VEEL MENSEN HEEL BLIJ MEE. HOE MEER LEDEN EEN GROEP TELT HOE LANGER DE LEDENLIJST WORDT EN HOE MEER INTERACTIE ER VOORBIJ SCHIET. DIT LOGISCH GEVOLG IS GETROKKEN UIT EEN GROEP GELIJKGEZINDEN DIE ZICH HEBBEN VERENIGD OP EEN SOCIAAL NETWERK.

 

Meer dan 10.000 leden samenhouden, leiden, begeleiden, modereren en animeren is geen sinecure, maar de moeilijke opdracht lukt bijzonder goed.

Een historisch overzicht geven is vrij gemakkelijk omdat de levenslijn kort is. Onlangs, zo’n veertig maanden geleden werd ons hebbeding geboren. Een datum die wij alvast onthouden is 29 augustus 2013, wanneer ik uit onvrede een nieuwe Tenerife Facebookgroep uit de grond stampte. De reeds bestaande sociale mediagroepen over dit denderende Canarische Eiland brachten geen soelaas. Geen informatie, geen enkele meerwaarde. Slechts kleine ik-verhaaltjes, veel gedeelde items in vreemde talen en heel veel reclame, want dat kun je gratis online zetten. De foto’s waren nog het mooist, doch, foto’s zonder bijhorende uitleg hebben ook geen informatieve waarde!

 

Er is iets als ‘wat je zelf doet, doe je beter’, en drie jaar en drie maanden na de start van onze eigen Facebookgroep met de naam ‘Tenerife voor Nederlandstaligen’ overschrijden wij het magische ledenaantal '10.000'. Als oprichter en als enige beheerder breng ik gelijkgezinden nader bij Tenerife, ook als zijn ze fysiek nog 3.000 kilometer van het eiland verwijderd maar emotioneel sterk verbonden. De binding die ik maizena noem is het mediagebeuren op zich. Via tal van topics worden de leden naar het grootste der Canarische Eilanden gezogen. De Facebookgroep waarin Tenerife in het centrum van de wereld staat maar ook in de spotlights van het grootste Canarische podium, zuigt letterlijk en figuurlijk de leden naar het eiland. En natuurlijk zijn er nog belangrijke dingen in het leven. Maar niet voor ons.

Waar je ook bent op deze globe, iedereen vindt het eiland terug waar zon, zomer en zuiders de zielen keihard raken. Drie jaar geleden ontstond ook de kennismaking, gevolgd door het huwelijk tussen onze Facebookgroep en het TNT Magazine. Je weet wel, dat boekje dat je nu in handen hebt, of datzelfde boekje dat je momenteel online aan het lezen bent.

 

Elke maand wordt het met veel animo gecharterd, de gedrukte exemplaren worden binnen de kortste keren geclaimd, de elektronische versie wordt in een veelvoud van 10.000 gedownload en nog veel vaker online gelezen.

Naast de grote Facebookgroep bestaat er ook nog een kleine. Afijn, met 4.000 leden is dit ook niet meer zó klein. De bedoeling van deze zustergroep met de naam Tenerife Club is de mensen die op het eiland verblijven te groeperen en te sturen naar evenementen, tentoonstellingen en optredens. Ook eigen organisaties en events ingericht door de leden komen hier aan bod. Leden zoeken elkaar op om gelijkgezinde activiteiten te beleven, en dat lukt vrij aardig, geloof me.

 

Ik heb in de grote groep nooit het aantal bewegingen per maand geteld. Ondoenbaar, ontelbaar, onmogelijk. Wel heb ik één keer een poging gedaan om dit te doen voor een periode van 24 uur. Ik ben gestopt voorbij 2.000 posts en topics, reacties, likes en emoticons, en toen moest de nacht nog beginnen. Zoals ik al zei ... onbegonnen werk. Het is zelfs zover gekomen dat ik als beheerder niet meer alle reacties kan volgen en controleren. Maak je maar niet druk, ik haal dit dan in op een minder druk moment, wat natuurlijk resulteert in nog meer nachtelijke arbeid.

 

Onze Twittermachine doet het ook goed en draait bijna overuren. Dagelijks worden berichten de wereld ingestuurd en het aantal volgers blijft groeien. Ik ben verwonderd dat zoveel anderstalige twitteraccounts ons volgen. Bedrijven uit de toeristische sector, uit de lokale en internationale persmiddens, politiekers en hogere ambtenaren uit verschillende ministeries hebben ons gevonden. Dat bewijst dat we goed bezig zijn, een kwaliteitsproduct afleveren en het medium gebruiken waarvoor het op de markt werd gebracht.

Maar bovenal moet het Facebookgebeuren instaan voor een sociale binding waar Tenerife centraal staat. Interactie, iedere vraag moet een bevredigend antwoord krijgen, iedere keer opnieuw en er moet bereidheid zijn om elkaar te helpen. Ben je nu in de Lage Landen of in Tenerife, het gevoel en de sfeer van deze groep is subtropisch en daaraan warmen wij ons op, ook als we ver van het eiland verwijderd zijn.

 

Interactief en informatief zijn was het opzet vanaf de start van deze groep en daar zijn we met z'n allen waarachtig goed in geslaagd, waarvoor mijn hartelijke dank. Ook aan Marc Engels die al mijn artikels feilloos redigeert en ieder verhaal foutloos laat verschijnen.  

MEER DAN 10.000 LEDEN                                                                                         JANUARI 2017

IN EEN COLUMN OVER TENERIFE VIND JE STEEVAST SUBTROPISCHE ELEMENTEN TERUG DIE HET EILAND ECHT TYPEREN. WOORDEN, ZINNEN EN ALINEA'S IN DIT VERHAAL DIE VERLEIDING PROMOTEN EN WAANZIN PROJECTEREN OP DE LEZER DIE ZICH NIET OP HET EILAND BEVINDT.

 

Deze inleiding gebruik ik niet om enig charmant uit de hoek te komen. Neen, helemaal niet. Ik beschrijf de dingen zoals ze zijn. Onverbloemd maar toch pittig leesbaar.

Volgende zin verwoordt wat ik wil zeggen. ‘Ik dagdroom in de zon, ik zak nog ietsje dieper in mijn luie zetel en geef mij over aan de thermische stralen van de zon. Gelijktijdig geniet ik van de streling over mijn lichaam, de streling van een verfrissende passaatwind.’

 

Je kunt het niet geloven als je er niet bent, je kunt het nog minder geloven als je er nog nooit bent geweest. Putje winter en ik smeer mijn lichaam met een hoge factor uv-blocker opdat mijn huid onbeschadigd uit de zonne-aanval zou komen, om de schadelijke straling af te weren maar tegelijk de broodnodige vitamine D toegang te verlenen om mijn lichaam binnen te treden.

Ooit schreef ik dat Tenerife slechts twee seizoenen kent; lente en zomer. Deze seizoenen sluiten dan nog eens naadloos aan elkaar aan. De eindejaarsperiode en de jaarwisseling zijn amper achter de rug en ik zit hier te zeggen dat het mooi weer is in deze lentemaand februari.

 

We bevinden ons in een de hoogconjunctuur. Niet die van het massatoerisme, of die van de romerías. Wel deze van het carnavalgebeuren op Tenerife, het tweede grootste ter wereld. Dit zijn de hoogdagen voor iedereen die deze periode gebruikt om even te ontsnappen aan de verzuchtingen van het leven. Duizenden mensen op dit Guanche-eiland werken en leven een heel jaar lang naar deze periode toe.

Iedereen die zich wil bewijzen binnen dit culturele ergfgoed krijgt wat hij of zij wil; de hoogdagen van het andere-wereld-spektakel. Hier viert samba hoogtij, hier spettert het muzikaal, hier spettert ritme, hier glittert dans en choreografie.

 

De kostuums zijn oogverblindend, nochtans doet niemand de ogen dicht wanneer galante mannen en charmante dames in kleurrijke kledij voorbij glijden. De praalwagens zijn dan weer pareltjes van een supergroot formaat die steeds weer begeleid worden door trompetters en trommelaars.

Het geheel wordt piekfijn door de straten geloosd, zo fijn dat er zelfs nog plaats overblijft voor de toeschouwers. Zij zitten en staan rijendik op de vrije zones. Zij vormen het borduurlint van het totaalspektakel. De afboording van de carnavalstoet waar iedereen zijn ding doet: acteurs acteren terwijl het publiek hen verheerlijkt. Deze corso is het sluitstuk van een evenement die reeds een volle maand bezig is. Vlak na nieuwjaar wordt het startschot gegeven, terwijl de eindejaarsfeesten dan zelfs nog niet helemaal zijn verteerd.

 

Niemand denkt dan nog aan tapas en guachinches, aan romerías en de vele fiestas. Neen, dit is het gebeuren waar elke Tinerfeño naar uitkijkt. Dit is de periode waar velen zichzelf even vergeten en binnenstappen in een nieuwe tijdelijke leefwereld.

 

Het carnavalsgebeuren bestaat eigenlijk uit een resem van activiteiten die gedurende één maand de letterlijke en figuurlijke revue zullen passeren vooraleer de gerenommeerde carnavalstoet of de Coso Apoteosis del Carnaval er op dinsdag 28 februari opuit trekt. Een hoogdag, een feestdag in Tenerife, want alle winkels, banken, openbare en officiële instellingen gaan die dag helemaal dicht; de dinsdag van carnaval ...

 

De vele verkiezingen - van kindprins tot omaprinses - en de murgawedstrijden waar groeperingen zich moeten bewijzen met opvoeringen gespekt met humor, satire, dans en muziek op basis van kazoos, zijn zo populair dat ze rechtstreeks uitgezonden worden op televisie.

 

Wellicht het meest bekend voor de toeristen zijn de 'cabalgata y coso' of carnavalstoet, de verkiezing van de carnavalskoningin en de bizarre ceremonie van de begrafenis van de sardine ‘el entierro de la sardina’ op de vooravond van de vastenperiode. Mannen verkleed als rouwende vrouwen gaan een reusachtige sardine voor. Hun geweeklaag, het gejammer en hun tranen figureren het verdriet bij het einde, en dus ook het afscheid, van de voorbije carnavalsperiode waarbij later op de avond, de sardine in brand wordt gestoken. Niemand lijkt te weten waar de wortels van deze traditie liggen, maar toch is deze verbranding een van de meest populaire onderdelen van het carnaval.

 

Wie het wil beleven moet naar Santa Cruz, enkel daar zal het je raken tot heel diep in je ziel.

HET VOORJAAR ... CARNAVAL                                                                                FEBRUARI 2017

Als amateur-meteoroloog heb ik een tijdlang dagelijks voor Tenerife het weerbericht geschreven en gepubli-ceerd op een aantal forums die alle te maken hadden met het Nederlandstalige toerisme op het eiland.

Een moeilijke, bijna onmogelijke opdracht was het, om in één weerbericht al het weer te beschrijven voor het complete eiland. Hoe kleiner de oppervlakte, hoe moeilijker het is om het aankomende weer te bekijken, te ontleden en te transponeren.

Daarenboven zijn er nog eens 5 klimaatzones op het amper 2.000 km² grote eiland die elk op zich, op hetzelfde moment een ander weertype kunnen bevatten. Bovendien heeft de Chinese-lepelvorm van het eiland een aflopende as van noordoost naar zuidwest en is het daarom heel moeilijk om een oosten en zuiden te definiëren die ook in het geografische oosten en zuiden zouden moeten liggen.

Strikt genomen volgen we de kompasroos of het magnetische noorden en dan zijn de noordkust en de westkust perfect afgelijnd in het noorden en het westen. Gelukkig is deze helft van het eiland reeds te detecteren.

Een oostkust bestaat in deze optie helemaal niet omdat deze oplopend is van zuidoost naar noordoost. Van een zuidkust spreken we al helemaal niet want deze kust is fysiek niet aanwezig.

 

Wat een gekke vorm heeft dit eiland. Het doet in ieder geval beter dan La Gomera en Gran Canaria want dat zijn ronde eilanden en aan een cirkel is geen rechte kant te bespeuren en daarom kun je er ook geen duidelijke geografische kuststroken van definiëren. Ze liggen in het zuiden, maar het is geen zuidkust. Ze liggen in het noorden maar voldoen niet om als noordkust aangesproken te worden. Begrijp je?

 

Als we deze geografisch gelegen kusten buiten beschouwing laten kunnen we overstappen naar het volgende probleem. De klimaatzones.

Deze classificatie wordt niet door officiële meteo-organen gebruikt omdat het reeds moeilijk genoeg is om het weer te voorspellen voor kleinere oppervlaktes zonder deze nog eens onder te verdelen.

Het weer verschilt van locatie tot locatie; dat merken wij het hele jaar door. We weten dat er een vijftal onduidelijk afgelijnde weer- of klimaatzones op het eiland bestaan. Twee ervan ken je alvast; het verschil tussen noord en zuid dat zich vooral kenmerkt in temperatuur en vochtigheid. West en oost onderscheiden

zich ook. Niet zozeer in de uren zonneschijn maar wel door de wind en vooral in de hevigheid ervan. Met een constante noordoostpassaat waait het bestendig over de oostkust terwijl er amper wind staat aan de westkust. Een vijfde microklimaat strekt zich uit in het hooggebergte en genereert er een bergklimaat, maar dat wist je al!

 

Om het weer te voorspellen – wij spreken liever over een weersverwachting – moet je eerst en vooral het klimaat uit de brongebieden bekijken. Je kijkt naar satellietbeelden, je bestudeert numerieke GFS-modellen, je kijkt naar de gegevens die door duizenden weerstations worden verzameld en dan stapel je al deze kaarten op elkaar in je grijze massa en probeer je er in één keer door te kijken. Dat is de synoptische kaart die je voor jezelf maakt en daar haal je de uiteindelijke gegevens, nodig om het komende weer aan te stippen. Niet mijn computer maar ikzelf probeer alle gegevens te interpreteren om  uiteindelijk tot een eigen verdict te komen.

 

Bij ieder weerbericht waar enig wolkje, wat wind of een druppel vocht bij te pas kwam werd de draak met mij gestoken. Het wolkje hing net voor de zon, de wind zorgde voor overlast in de haartooi of dat beetje regen kon voor opmerkelijke citaten zorgen: dat het mijn schuld is dat het is gaan regenen.

 

Teveel toeristen begrijpen de taal niet van de berichtenmaker en interpreteren wat ze lezen als een regelrechte projectie van het weerbericht op de plaats waar ze zich bevinden. Alles wat afwijkt van deze situatie beschouwen ze als een 'verkeerd weerbericht'.

Wanneer het weerbeeld eens wat minder glanst moet je dit ook kunnen aanvaarden, hoe jammer een verloren zonnedag ook is. Het leven staat niet stil en dan doe je toch iets anders dan futloos in de zon te gaan liggen!

 

Een aantal mensen aanvaardde dit negatieve weerbeeld onder het mom van ... het is goed voor de natuur. Bij anderen was ík precies de oorzaak van dat minder goede weer, en bij nog anderen had ik het mis omdat zij toevallig in een overgangszone verbleven. Dan kreeg ik er pas goed van langs.

Het werd echter helemaal erg wanneer er een paar onnozele anarchisten begonnen te zwaaien met het weerbericht die zij hadden gedownload van een of andere weercomputer. En wie mij kent weet dat ik allergisch ben aan apps die het weer 'voorspellen'. Dan pas begint mijn lichaamstemperatuur te stijgen en mijn bloedsomloop te verdapperen.

 

Weerapplicaties zijn dingen die niet zouden mogen bestaan. Ze werden in het leven geroepen om mensen te bedriegen. En weet je wat deze applicaties zo ongeloofwaardig maakt? Je kunt voor tien miljoen verschillende locaties op deze aardbol het weerbericht raadplegen en zelfs tot veertien dagen ver. Larie en vooral, belachelijk misleidend.

 

Ik doe de waarneming liever zelf, maar dan kan ik dat maar goed doen voor één locatie. Op deze manier zijn er reeds twee weerspreuken ontstaan die enkel in Tenerife toepasselijk zijn. 'Oost bloost, west niet best' en 'Depressie boven de Azoren brengt wind rond onze oren', maar dat kan een weerapp niet weten.        

MIJN WEERBERICHT, MOEILIJKE OPDRACHT                                                            MAART 2017

EN WIJ ...? WIJ ZIJN DE PINEUT                                                                                      APRIL 2017

NOG NOOIT BEGON IK EEN ARTIKEL OF EEN COLUMN MET EEN DENIGRERENDE OPMERKING. TROUWENS DENIGREREN VIND IK ONDERMAATS, LAGER DAN HET LAAGSTE NIVEAU EN VOORAL IN DEZELFDE ORDE ALS LIEGEN EN BEDRIEGEN. DAT STAAT NIET IN MIJN WOORDENSCHAT, ALHOEWEL DIT TOCH NEDERLANDSE WOORDEN ZIJN EN IK DEZE TAAL VERDEDIG BIJ HOOG EN BIJ LAAG.

 

Wij zijn de pineut. De Nederlandse taal laat ons in de steek alhoewel er veel lof wordt gesproken over zijn rijke woordenschat. We nemen er de ouderwetse encyclopedie bij en lezen dat ‘Het Nederlands een West-Germaanse taal en de moedertaal van de meeste inwoners van Nederland, België en Suriname’ is.

In de Europese Unie spreken ongeveer 23 miljoen mensen Nederlands als eerste taal, en een bijkomende vijf miljoen als tweede taal. Verder is het Nederlands ook een officiële taal in Aruba, Curaçao en Sint-Maarten.

Neem aan dat pakweg 28.000.000 mensen het Nederlands beheersen. Daarbij zijn de Kaap-Hollandse dialecten van Zuid-Afrika en Namibië, gestandaardiseerd tot  Afrikaans of een dochtertaal van het Nederlands, niet meegerekend.

 

Door het feit dat wij dagelijks redactioneel werk verrichten en meestal in het Nederlands schrijven over het grootste der Canarische Eilanden zitten wij, Marc Engels en ikzelf, met de handen in het haar. Noch de redigent, noch de redacteur van deze artikels kunnen op geen enkele wijze terugvinden hoe een inwoner van Tenerife in het Nederlands dient te heten. Er is geen enkele vertaling terug te vinden van het Spaanse Tinerfeños.

Ten einde raad wordt een e-mail naar Taaladvies.net gestuurd om door onze zorgen te geraken. Deze unie die samengesteld is uit de Nederlandse Taalunie, het Genootschap Onze Taal en de Taaltelefoon moet ons helpen.

 

Redigent en redacteur overleggen. Ik durf de mogelijke resultaten voor een ‘inwoner van Tenerife’ in het Nederlands nauwelijks opsommen. Wij vinden en worden naarmate de tijd vordert steeds vindingrijker.

Wij vinden ‘Tenerifianen’ een mooi woord en hebben dit reeds meermaals gebruikt en ook vaak gelezen op het internet, maar dit is niet correct. Mijn correcteur weigert woorden te gebruiken die niet in het ‘Groene Boekje’ staan. En gelijk heeft hij wij zijn voorstanders van een correct gebruik van de moedertaal in ons vaderland.

Gebruiken wij beter het woord ‘Tenerfianen’? Of zouden we naar analogie met het woord Tenerife beter Tenerifeanen gebruiken?

 

Wij zoeken verder naar mogelijkheden die etymologisch gefundeerd zijn en komen zo bij de Malediven waar een inwoner een Malediviër heet. Als Colombiaan zou ik dan kiezen voor Tenerifiaan maar in Colombia staat de ‘i’ reeds achteraan, zoals ook in Italië, en bij Tenerife niet.

Ondertussen zijn we in blijde verwachting van de reactie van Taaladvies.net die ons het juiste antwoord moet brengen.

Wij kijken ook eens bij de Engelse buren en zien dat zij daadwerkelijk de ‘i’ implementeren in het woord ‘Tenerifian’. Dit brengt ons goed op weg om Tenerifiaan als eindwinnaar uit te roepen.

Gekscherend vinden wij nieuwe namen uit: Tenerifees (Panamees), Tinerfiaan (Tinerfeño), Tenerifijn (Algerijn), Tenerifenaar (Parijzenaar) en Tenerifosi zijn er enkele van, maar geen enkel van deze grapjassen komt in aanmerking.

 

En dan, eindelijk, pas na het verlengd weekend, komt de verlossende e-mail... waardoor we beiden van onze sokkel worden geblazen. Taaladvies.net waarin eminente taalgeleerden zetelen stuurt ons het antwoord.

In het Nederlands is er geen ingeburgerde inwonersaanduiding voor 'Tenerife'. In zulke gevallen moeten we omschrijvingen gebruiken als ‘inwoners van Tenerife’ en ‘een man / vrouw / jongen / meisje uit Tenerife’ of gewoon de zin eindigen met ‘hij/zij komt uit Tenerife’.

 

Het antwoord wordt gefundeerd met een toelichting en deze willen wij u niet onthouden.

De vorming van inwonersnamen is nogal onregelmatig. Soms is de mannelijke inwonersnaam afgeleid van de land- of plaatsnaam zelf (Egyptenaar, Nederlander, Parijzenaar), soms van het bijvoeglijk naamwoord (Argentijn, Pekinees, Romein) en soms van een stam of wortel (Duitser, Fransman, Rus). Er zijn ook 'onvoorspelbaardere' vormen: Monegask, Kortrijkzaan, Korfioot. Niet bij elke naam is er een bijvoeglijk naamwoord of een inwonersnaam in gebruik. In die gevallen moeten we een omschrijving gebruiken: een man uit Spa, een inwoner van Florida, een jongen uit Kiev, een vrouw uit Flying Fish Cove.

 

En wie zijn wij om dit gefundeerd antwoord in twijfel te trekken. Enkel heb ik als redacteur geen zin om iedere inwoner van Tenerife telkens weer ‘inwoner van Tenerife’ te gaan noemen. Iedereen op deze wereldbol heeft een inwonersnaam. Zelfs in Fiji (Fijiër), Kiribati (Kiribatiër) en Macau (Macauer) hebben ze namen voor hun inwoners. Enkel in Tenerife niet. Ook niet in Sakumatra en Berigania, maar dat zijn niet-bestaande landen.

En wij? Wij zijn de pineut.

ROMMEL... OP DE MARKT                                                                                                    MEI 2017

Het ziet er niet uit, niets is nieuw en alles ligt kriskras door elkaar. Netjes is anders maar dat hoort zo op een markt waar rommel verkocht wordt. Ze krijgen dan ook de namen vlooienmarkt of luizenmarkt mee, maar snuffelmarkt vind ik de mooiste verzamelnaam; dit woord vertaalt alles wat je op een dergelijke locatie als bezoeker aanspreekt door te ... snuffelen.

 

Dit verandert inhoudelijk niets aan de waren zelf die, soms oud en versleten, aan de potentiële kopers worden gesleten. Een rommelmarkt op Tenerife is een eng begrip en in niets te vergelijken met die op het Waterlooplein in Amsterdam of die op het Brusselse Vossenplein, in het hart van volksbuurt De Marollen. Rommelmarkten in de Lage Landen kun je gewoonweg niet vergelijken met die op een zonnig subtropisch eiland in de Atlantische Oceaan.

Een rommelmarkt op het warme eiland is geen garageverkoop of een vrijmarkt waaraan particulieren deelnemen en waarvan de omzet onmiddellijk in eigen zak verdwijnt. Een ‘rastro’, zo wordt dat hier genoemd, is een duidelijk commercieel georganiseerd gegeven waarbij elke standhouder in orde moet zijn met de regelgeving omtrent markthouderij.

 

Het woord rommel is ook enigszins misleidend, want naast spullen van weinig of geen waarde liggen er soms nieuwe die op deze manier ook de weg vinden naar een nieuwe eigenaar. En heel uitzonderlijk vind je her of der een artikel die onder de noemer ‘antiek’ valt en dan verdwijnen alle brocante-artikelen in het niet.

‘Rastro’ is in feite de roepnaam voor iedere ‘mercado callejero de mercancías de segunda mano’ wat zoveel wil zeggen als tweedehandsmarkt. Dit is een markt waar je alle notie van tijd verliest en rondslentert aan een tempo die beduidend lager ligt dan dat van een schildpad. Soms ook onder een loden zon, want die raak je maar kwijt door onder een parasol van een standhouder te gaan staan terwijl je dit of dat wat nader bekijken wil. Verder is er geen bescherming tegen de zonnestraling, die ook in de winterperiode hard op de menselijke huid inbrandt.

 

In het zuiden van Tenerife zijn er een paar van deze attractieve locaties waar iedereen graag naar toe trekt. Je hebt toch niets anders te doen en je wil vooral de sfeer opsnuiven die deze luizenmarkten verspreiden. Een sfeer die duidelijk anders aanvoelt. Multicultureel is het minst wat je kunt zeggen want je vindt er de meest uiteenlopende origines die oorspronkelijk niet van de Canarische Archipel afkomstig zijn. Zuid- en Midden-Amerikanen, Afrikanen en Aziërs kleuren hoofdzakelijk de markt maar hebben allen één ding gemeen: ze spreken je aan in al dan niet gebroken Spaans; de een wat meer verstaanbaar dan de andere, en toch weet je dat het doel van al deze standhouders het aanbod is van hun waren. Ze hoeven er niet veel woorden voor te gebruiken.

 

Een ‘rastro’ bevindt zich in Guargacho, deelgemeente van San Miguel de Abona, langs de grote baan die je naar Las Chafiras voert. Je kunt er uren rondslenteren, meestal in een blakende zon, op het afgebakende gebied dat enkel op zondag van 07.00 tot 14.00 uur haar geheimen tentoonstelt. Tot twee jaar geleden was er ook een markt op zaterdag tot het gemeentebestuur maatregelen trof om de 'rastro' te beperken en de zaterdag te schrappen van de kalender. Zo werd ook de omzet in het beste geval gehalveerd, wat zeker niet naar de zin was van de verkopers.

Als je er rekening mee houdt dat de meeste standhouders leven van een minimuminkomen weet je al vlug dat enkele uren meer of minder op de markt staan resulteert in meer of minder verkoop. De meesten onder hen hebben geen job en kunnen door verkoop van spullen net overleven. En precies daarvan hakte de gemeente San Miguel de Abona de helft van de verkooptijd weg; van acht naar vier verkoopdagen per maand.

 

Enrique Pérez, woordvoerder van de bijna 300 verkopers, stelde dat de vlooienmarkt werkt als een sociale instelling waardoor vele families nog net kunnen overleven door het verdienen van enkele euro's. Niemand wordt hier rijk, maar als je € 100 per markt verdient en 8 dagen kunt werken, kun je hier leven. Met 400 euro per maand kun je net de huishuur betalen. De rest van het inkomen moet dan elders gezocht worden. Voor velen een moeilijke zaak, want zij die leven op de (financiële) rand van de maatschappij hebben het ook moeilijker om werk te vinden.

Vandaar mijn pleidooi om eens een ‘rastro’ te vereren met uw bezoek. Ik vraag hier geen medelijden, steun of subsidies, ik werp enkel een visje uit. Deze markt is een aantrekkingspool voor toeristen die in het zuiden verblijven en daardoor Guargacho op de toeristische kaart plaatsen. Dat kan tellen als referentie.

 

Maar Guargacho is geen alleenstaand geval. Je kunt in het zuiden van Tenerife ook terecht in Guaza en in Las Chafiras om de lokale sfeer van een rommelmarkt op te snuiven, maar deze zijn minder uitgesproken dan in Guargacho. Misschien kun je op een zondag de drie snuffelmarkten na elkaar een bezoekje brengen. Ze liggen heus niet zo ver uit elkaar.

Je zoekt er niets speciaals, maar in wed erop dat je niet met lege handen terug huiswaarts keert ...!! Zo zie je maar, ook dit is Tenerife.

RIJKE GASTRONOMIE                                                                                                        JUNI 2017

Er bestaan twee soorten mensen als we spreken over toeristen die het eiland bezoeken. De ene wil genieten van alles wat het eiland voortbrengt en op traditionele manier wordt bereid, de ander houdt zich vast aan de eettradities van het thuisland. Ze kiezen ofwel voor gofio en papas arrugadas ofwel voor bitterballen en frieten met stoofvlees. Dat is een keuze die elk voor zichzelf maakt afhankelijk van opvoeding, smaakverruiming, ondekkingszin en waardering.

 

Omdat de culinaire geneugten op Tenerife een mix zijn van aloude gebruiken die met moderne middelen worden gecreëerd kies ik voor de eerste groep. De natuurlijke producten en de eenvoud van de bereidingen vormen samen een wonderbaarlijk en gevarieerd palet dat de smaakpapillen vervoert. Vooral omdat wij als westerlingen niet gewoon zijn aan deze smaken is het ontdekken van de lokale gastronomie een explosief gegeven dat door elke lekkerbek geapprecieerd kan worden.

 

Op Tenerife kun je genieten van veel lekkere en traditionele gerechten waarin producten als gofio, honing, kruiden, look en olijfolie veelal de basisproducten zijn van fantastische recepten. Een mix tussen creativiteit en culinaire traditie. Als je het nog nooit hebt beleefd heb je geen recht tot spreken.

 

Vis eten op een eiland is anders dan vis eten op het vasteland. Daarbij komt dat er dagelijks verse vis wordt aangevoerd die ook dagvers op tafel komt. Gewaardeerde vissoorten als bocinegro, alfonsino, sama, cherne en salema worden ten zeerste gewaardeerd om hun wit vlees. Tonijn die recht uit zee komt en niet recht uit een blikken doos is de kaskraker bij uitstek. Gebakken, gegrild of gemarineerd, er is keuze te over. De meest unieke en meest smaakvolle vis is zonder twijfel de vieja. Deze kleurrijke vissoort komt enkel voor rond de Canarische Eilanden en prijkt regelmatig op visitekaartjes die de archipel moeten promoten. Zelfs de ordinaire makreel en sardine smaken overheerlijk als ze van de grillplaat glijden.

Wil je het nóg traditioneler dan is er pulpo, morena, choco en calamar die op verschillende wijzen klaargemaakt de keuken verlaten.

 

Van vis alleen kun je niet leven, er komen steevast andere dingen op tafel. Groenten en fruit bijvoorbeeld, maar dan alles onder één gemeenschappelijke noemer: geproduceerd op het eiland. Komkommers, bubangos (variëteit courgette), pompoenen, spinazie, waterkers, zoete en gewone aardappelen, aubergines, ajuin, look, kool en bonen hebben een andere smaak dan de vergelijkbare groenten uit ons thuisland. Zelfs de tomaten smaken hier beter dan ginderachter.

 

Als fruit kiezen we voor de lokaal geteelde Canarische banaantjes. Op de fincas groeien diverse fruitsoorten naast elkaar en wordt het aanbod aangedikt met tropische en subtropische vruchten zoals avocado, mango, papaja en ananas. Maar ook de voor ons onbekende chirimoya, guayabo, carambola, litchi en andere variëteiten die niet op het continentale vlak zijn terug te vinden komen hier massaal voor.

 

Als we over vlees praten scoren we goed met konijn, geit, schaap en kip. Deze vleessoorten kunnen op verschillende eenvoudige manieren klaargemaakt worden en beschikken aldus over een brede waaier van receptuur. Denk maar aan pollo en salmorejo waar bij de bereiding enkel paprika's, look, oregano, olijfolie, witte wijn en zoet pigment worden toegevoegd. Of aan carne de cabra waarbij het geitenvlees niet naar geit ruikt maar wel naar de geurige kruiden en de flinke scheut rode wijn. Ook het runds- en varkensvlees gedijen bijzonder goed en worden genomineerd als de beste grillwaren die steevast worden klaargemaakt a la plancha of op de barbecue. Opmerkelijk is de grote variëteit aan worsten, die hier ook salchichas worden genoemd. Deze worden gegeten als tapas maar ook als volwaardig vleesgerecht bij de maaltijd.

 

Een andere belangrijke gastronomische rijkdom die de eilandbezoekers met verbazing ontdekken en leren appreciëren zijn de Canarische kazen. Jonge verse (fresco), halfharde (semicurado) of harde (curado) kaas van de geit of van de koe staan in elke eetgelegenheid op de kaart. Opvallend is de queso frito con mojo, de queso asado en de queso Manchego, warme kazen die veelal als tapa of als voorgerecht worden geproefd.

 

Gofio is een directe erfgenaam van de Guanchen. Het is een meelmengeling die gemaakt is van geroosterde granen. Meestal van gerst, tarwe en maïs maar door toevoeging van natuurlijke aromaten en nevenproducten kan dit product wel honderd verschillende smaken krijgen. Als deze meelproducten toegevoegd worden aan een vis- of vleesbouillon bekomt men de eetbare gofio. Er wordt wel eens smalend gezegd dat alle kinderen op Tenerife worden grootgebracht met dit natuurlijk vezelproduct. Escalón is een gofioschotel die ook spekreepjes, geroerde eieren, kikkererwten, kippenvlees, kruiden en zelfs wat fijngesneden groenten kunnen bevatten.

 

Mojo is een smaakmaker die als saus wordt geserveerd bij de papas arrugadas, bij de gofio en bij heel veel visbereidingen. Het is een handelsmerk van de Canarische archipel. Mojosauzen worden ook gedegusteerd met stokbrood. Deze salsas passen bij vrijwel alles, en vooral, ze zijn lekker en zitten boordevol vitaminen. Ze worden sedert mensenheugenis gemaakt, op verschillende manieren, zoals je ook sangría kunt brouwen, en met invloeden uit verschillende landen en continenten.

 

We vergeten nog tal van lekkere dingen uitvoerig te beschrijven. Als ik het toch doe wordt deze column te lang voor publicatie en gaat hij vervelen. Toch wil ik deze opsommen. Het water komt je beslist in de mond. Churros de pescado, papas arrugadas, pimientos de padrón, croquetas caseras, chopitos, carne fiesta, pollo asado, ... en nog meer lekkers.

Canarische gerechten worden vooral getypeerd door de snelheid waarmee ze kunnen bereid worden en door de eenvoud ervan. Niet gecompliceerd en toch lekker, dankzij de lokale en eigen gekweekte producten die op deze wijze de Tenerfiaanse gastronomie doen schitteren. Dan vind ik het toch jammer dat veel toeristen zich blijven vastklampen aan frieten, frikandellen en bitterballen.

WONDERE WANDELINGEN                                                                                                  JULI 2017

Stappen is gezond en goedkoop, daarenboven verplaats je jezelf op locaties waar geen ander verkeer mogelijk of toegelaten is en daarom is de ademlucht puur en onbezoedeld.

Op een eiland als Tenerife is dit gegeven erg toepasselijk omdat het voldoet aan alle criteria die de gezondheid naar een hoger niveau hevelt.

 

Van een eenvoudige zand- of strandweg tot de meer belastende bergwandelingen. Voor de recreatieve wandelaar tot de sportief getrainde trappers is op het topografisch, zeer gevarieerd gevormde eiland, voor elk wat wils.

Op het strand, aan de waterlijn en op blote voeten voel je het zand tussen de tenen kruipen. De voetzolen worden gemasseerd en gezandstraald, wat medisch verantwoord is en door deskundigen aanbevolen wordt. De zandkorrels schuren je voetzolen schoon en zorgen als het ware voor een zalige voetmassage gecombineerd met een knabbelvisjesbad waardoor het bloed opnieuw beter gaat stromen in de onderste delen van je onderste ledematen terwijl gelijktijdig de dode huidcellen de voetzolen verlaten.

 

Daarbij komt nog het zoutige zeewater dat vol zit met helende ingrediënten. Denk maar aan de aanwezige sulfaten en chloriden, de algen en het plankton, de mineralen en de zouten. Al deze bestanddelen zijn elementen die ook in Thalassotherapie gebruikt worden en op Tenerife worden zij gratis aangeboden en steevast gebruikt door de lokale bevolking die op regelmatige tijdstippen een kalm zeewaterhoekje opzoekt om te gaan baden. Deze kuurpartijen

scheppen een bijzondere harmonie tussen lichaam en geest en zijn bovenal heilzaam bij spier- en gewrichtsklachten, bij hoge bloeddruk, bij huidklachten, luchtwegenaandoeningen, vermoeidheid, slapeloosheid en stress.

Op deze manier hou je de dokter even op afstand te houden en om de natuurlijke bronnen te gebruiken om te herbronnen.

 

Wandelen kun je ook even van de waterkant weg en daarmee bedoel ik niet de verplaatsingen, voor de dames, van shop naar winkel, en voor de heren van bar naar café. Daarmee bedoel ik de stofferige en zanderige paadjes die ontstaan zijn door het veelvuldig gebruik, en waar je je verplaatst van punt a naar punt b zonder mechanische hulpmiddelen te gebruiken. De weggetjes die door de jaren zijn ontstaan door veelvuldig gebruik en die een verkorte afstand meten in vergelijking met de afstand die gemotoriseerd vervoer aflegt om dezelfde punten te verbinden.

Sluipwegen noem ik dat, weggetjes voor wandelaars die bewegen niet als sport benaderen.

 

Voor getrainde mensen bestaan er 'senderos'. Dit zijn al dan niet aangelegde en bewegwijzerde bergpaden die het uiterste vergen van een mens. Ze liggen allemaal tussen de 500 en 3.718 meter hoog en worden gecatalogeerd als niet te onderschatten en zorgen voor een zware hart-longbelasting waarbij de spieren van de onderste ledematen het zwaar te verduren krijgen. Hoe hoger je gaat, hoe pittiger de tocht wordt.

 

Tenerife is een wandeleiland bij uitstek met 64 van deze wandelroutes die samen 439 kilometer lang zijn. Het aantal en de lengte duiden op de verscheidenheid en de diversiteit van de wandelmogelijkheden. Dat nemen we echter met een korreltje zout want van de 64 senderos zijn er slechts 25 gehomologeerd. Vijfentwintig wandelroutes zijn op en top qua bewegwijzering, begaanbaarheid en onderhoud. Minder dan de helft van het totale aantal kan probleemloos bewandeld worden. De andere vallen onder de noemer 'eigen verantwoordelijkheid'.

De meeste en ook de mooiste, maar ook de meest uitdagende wandelingen kun je maken in de regio rondom Puerto de la Cruz in het noorden, in het Tenogebergte in het westen, in het noordoostelijk gelegen Anagagebergte en helemaal boven, op en rond las Cañadas del Teide.

 

Jaarlijks stappen ongeveer 800.000 wandelaars een of andere sendero. Dat wandelen gezond is hoeft geen betoog, en het is bovendien ook nog goedkoop. Iedere wandelaar in Tenerife kan genieten van de ‘magische vier’; het klimaat, de natuur, het landschap en de zon. En dat krikt het wandeltoerisme helemaal op.

Wandelen versterkt de spieren en botten en vermindert daardoor de kans op osteoporose. Wandelen is ook goed voor het kraakbeen, het helpt het kraakbeen op te bouwen en daardoor beweeg je soepeler.

Het verlaagt de bloeddruk en het cholesterolgehalte in het bloed. Ook verbetert het de conditie van hart en bloedvaten.

Wie veel wandelt, vergroot het vermogen van de longen om zuurstof op te nemen en verlaagt het risico op diabetes type 2 met maar liefst 58 procent.

Wandelen is goed tegen alzheimer, tegen depressies, tegen overgewicht en werkt de nachtrust in de hand.

Dagelijks wandelen stimuleert de stofwisseling, is goed tegen darmverstopping en verkleint de kans op darm-, borst- en baarmoederkanker.

 

Wees steeds voorzichtig en neem geen onnodige risico’s, zorg voor goede wandelschoenen en voor wandelstokken. Neem voldoende water en voedsel mee en start iedere wandeltocht op tijd; in de vroege voormiddag is ten zeerste aan te bevelen. Zo kom je thuis vooraleer het donker wordt. Daarna kun je een glaasje drinken in verfrissende omstandigheden.

OSCILLEREND TOERISME                                                                                       AUGUSTUS 2017

Er beweegt wat in de toerismestroom die elk jaar opnieuw op het eiland neerstrijkt. Het aantal bezoekers, of beter gezegd toeristen, kent meer ups dan downs, gelukkig maar. De trent herhaalt zich jaarlijks en staat in regelrechte relatie met bepaalde periodes in het jaar.

 

Precies op het ogenblik dat ik deze column schrijf zitten we midden in de grote zomerdrukte, bruist het eiland als champagne en daveren de toeristische uitbatingen op hun vesten. En dat is dan weer goed voor de economie.

Er bestaat iets als een jaarlijkse gang die telkens weer dezelfde oscillatiebeweging maakt en waarvan de jaarlijkse blauwdrukken bijna een kopie zijn van elkaar.

Als de zomervakantiegangers terug huiswaarts trekken komt er een nieuwe golf op ons af. Mensen die om een of andere reden geen verlof kunnen nemen in de topmaanden juli en augustus zorgen dan voor een indiansummereffect. Het toerisme valt op dat moment nog niet stil. Naadloos daaraan komt er een invasie op gang van overwinteraars. Als het kwik in het thuisland begint te dalen en de eerste herfststormen kondigen zich aan pakken zij hun biezen en verhuizen massaal naar een eiland waar de eeuwige lente ook eeuwig lijkt te duren. Ze komen zich op hun beurt verkneukelen aan het klimaat en zorgen op deze verkwikkende manier voor een onbezorgde winter.

 

Binnen deze periode zit er zelfs nog een aparte piek. Kerst en nieuwjaar zorgen ervoor dat dit hoogseizoen nog wordt verhoogd. Want zeg nu zelf, is het niet fijn om in de laatste week van het jaar rond te lopen met een kerstmuts op je hoofd terwijl je slechts gekleed loopt in een niemendalletje en jezelf overgeeft aan de thermische stralen van de zon.

Inderdaad, zo horen wij het graag en de horecasector ook. Dan is het volle bak geblazen in alle uitbatingen die de inwendige mens moeten versterken.

 

Na de jaarwisseling blijven de overwinteraars nog een wijl want dan is het de moeite om te blijven. Het kille en barre thuisklimaat houden hen nog even tegen. Het is er nog te koud, te kil en te winderig.

 

In het vroege voorjaar, nadat het krokusverlof is verstreken, houden de overlevers het voor bekeken. Familie in het thuisland is de magneet die hen terug naar het noorden zuigt. Een voor een druppelen ze af en verdwijnen ze met de noorderzon.

 

Net op dat moment komt er een nieuwe stroom op gang. De paasgangers komen er aan voor een korte periode en zo kan iedereen die hier aan het werk is nog even aan het werk blijven. Pas daarna komt de implosie. De overwinteraars zijn niet meer, de paastoeristen ook niet. Ze hebben het eiland achter zich gelaten en nu blijft er nog één groot gapend gat.

Niemand, enkele uitzonderingen daargelaten, vindt nog de weg naar Tenerife. Ze hebben het gehad of het moet nog komen maar in deze periode zijn er niet veel gegadigden. Precies of Tenerife van de kaart werd gehaald. Straten en pleinen blijven leeg, terrasstoelen staan er nog, maar dan onbezet en de attracties zijn plotseling niet meer aantrekkelijk.

Het eiland loopt leeg. Zo leeg dat heel wat horecabedrijven even de deuren sluiten en er zelf op uit trekken om op adem te komen en ook te genieten van een welverdiende vakantie en een opbeurende rust.

 

Het ‘gapende gat’ lijkt wel een titel van een Suske en Wiske-album maar verwoord het best deze periode die anderhalve maand zal duren. Eind juni, begin juli slaat de motor terug aan en melden de zomertoeristen zich opnieuw, eerst met mondjesmaat, dan massaal.

 

Dit jaaroverzicht tekent zich af als de golven op een elektrocardiogram als een optelsom van individuele actieradialen. De toppen zijn de contracties van het massatoerisme terwijl de decontracties afhankelijk zijn van de sinusknoop die wij hier de vakantieperiodes noemen.

 

Wanneer deze plaatsvinden kun je perfect aflezen van de vliegtuigticketprijzen bij de diverse maatschappijen. Bij decontractie vlieg je een enkele reis tussen twintig en tachtig euro, bij contractie schieten die prijzen de lucht in en betaal je voor dezelfde vliegafstand 150 tot 300 euro, soms nog ietsje meer. En als je deze electrocardiogram nader bekijkt kun je goed zien wanneer de hoogseizoenen zich aankondigen. Tot daar de vergelijking.

 

Ieder jaar opnieuw wordt het eiland geconfronteerd met de gang van deze volksbeweging. Een stroming die gelijklopend is en waarvan de grafieklijnen op de jaarlijkse blauwdrukken precies kopiën van elkaar zijn.

Ik hoop nu maar dat deze lijnen niet onderbroken worden, want dit is van levensbelang voor iedere resident, Tenerfiaan of niet, die een graantje wil meepikken uit de toeristenbeugel.

CANARISCHE LEEFGEWOONTEN                                                                        SEPTEMBER 2017

Heb je je ook wel eens afgevraagd hoe het komt dat de Canarische bevolking zo laat op gang komt? Waarom ze laat gaan slapen en vooral hoe het komt dat ze zo laat aan tafel gaan. En hoe onoverzichtelijk hun dagorganisatie verloopt? En hoe ze zich gedragen in de samenleving?

 

Alles is relatief, maar vergelijk je dit met de traditionele leefgewoontes van Vlamingen en Nederlanders, dan krijg je een heus gewoonteverschil. Maar er zijn nog meer verschillen tussen Lagelanders en Canariërs.

De bevolking van de Canarische archipel heeft steeds geleefd onder een of ander regime en wist steeds onder deze druk uit te komen door plezier en leuke dingen een plaats te geven die levenslust opwekt. Plezier bestaat uit kleine dingen zoals samen zijn, eten en drinken, zingen en muziek maken, feesten, genieten van elkaar en vooral babbelen en lachen.

 

Er bestaan nog steeds vooroordelen waardoor buitenlandse toeristen denken dat de eilandbevolking lui is en enkel maar wil genieten van de drievuldigheid fiesta, sangria, siesta. Leer je de inlanders beter kennen dan blijkt dit maar een deeltje te zijn van hun ingewortelde traditie en cultuur. Er zijn nog dingen die minstens even belangrijk zijn.

Werken bijvoorbeeld, niet alleen het werk dat brood op de plank brengt, maar ook klussen, vrienden helpen en bezig zijn is hen gegeven. Wie dacht dat een Tinerfeño lui is heeft het verkeerd voor of leeft nog met een vooroordeel.  

 

Wat door buitenlanders ook als waarheid wordt aangenomen is dat Spaanssprekenden ontzettend snel babbelen, wat natuurlijk in verband kan gebracht worden met een taal die je zelf amper verstaat. Heb je reeds geluisterd naar een Roemeen of een Rus – naar iemand die een taal spreekt die je niet kent of begrijpt? Ze spreken allemaal snel. Ook wij, Nederlandstaligen, spreken voor anderstaligen bijzonder vlug. Akkoord, het Canarisch is een dialectisch taaltje maar perfect vergelijkbaar met de streektaal die wij op ons thuisfront gebruiken.

Nog een onwaarheid. De bevolking leeft er maar op los en houdt zich niet aan een vaste tijdsklok. Niets is minder waar, maar dit valt niet op als je op het eiland bent als toerist. De werkuren beginnen klokvast, voor de ene wat vroeger, voor de andere wat later. De reinigingsdiensten starten steeds om vier uur in de ochtend. Voor dag en dauw rijden vuilniswagens rond om onze afvalstoffen op te halen. Een bankbediende start later op de dag, maar ook klokvast. En zo kan ik nog honderden voorbeelden aanhalen.

 

Wat je de Canariër wel onder de neus kan wrijven is zijn eetgedrag. Ook klokvast maar anders dan wij dit gewoon zijn. Zij staan op met een tas koffie en ontbijten later in de voormiddag, tussen 10.00 en 11.00 uur wordt het werk kort onderbroken om iets tussen de tanden te steken. Het middagmaal volgt tussen twee en drie uur in de namiddag. Dan nemen ze een warme maaltijd tot zich en daarna volgt er een moment van rust. Dat kan een siësta zijn, dat kan ook een moment zijn om te socializen. In een barretje met vrienden of collega’s samen zijn is voor velen een moment dat hen niet mag afgenomen worden. Dat is ook de reden waarom veel kleinhandelszaken gesloten zijn in de namiddag, ja tot zelfs 17.00 uur. Daarna wordt de economie terug aangezwengeld en kun je terug winkelen gaan tot 21.00, soms tot 22.00 uur ’s avonds. Het avondmaal komt pas na dat late uur. Daarom eet de Canarische bevolking zo laat ... en niet omdat toeristen en buitenlanders dit associëren met een ontspannen levensstijl. De vergelijking is er geen weerspiegeling van en gaat dus niet op.

 

Wat ook meespeelt in dit tijdsfenomeen is dat de Canarische Eilanden twee provincies zijn van Spanje en dat het moederland in een verkeerde tijdszone ligt. Eigenlijk zou Spanje, dat op dezelfde lengtegraad ligt als Marokko, Groot-Brittannië en Portugal, de Greenwich Mean Time (GMT) moeten hebben. Spanje valt echter onder de Central European Time (CET), waarmee het dezelfde tijdzone kent als Servië, tweeduizendvijfhonderd kilometer meer naar het oosten.

 

Nadat dictator Franco deze tijd had ingesteld, bleef de Spaanse bevolking op de traditionele tijdstippen eten. Daarom werd ‘el almuerzo’ plots om twee uur in de middag opgediend en verschoof de ‘la cena’ naar negen uur in de avond. In feite moest Spanje in dezelfde tijdzone liggen als de Canarische Eilanden, maar duistere krachten hebben ervoor gezorgd dat het toerisme op het Spaanse vasteland van één uur zon meer kan genieten dan dat in hun zonnige buurlanden Frankrijk en Portugal.

Wat opvalt als je close bent of bevriend met Canariërs is de bepotelende manier om iemand te begroeten. Niet alleen kussen ze graag maar steevast krijg je een arm over je schouder gelegd of trekken ze je heel dichtbij om je te omarmen. Soms is een ontmoetingsgroet zo overweldigend, bijna op het randje van ... hoe zal ik het zeggen, op het randje van een onomwonden liefkozing.

 

Het is even slikken want dit gegeven is nog net iets anders dan hetgeen we in de Lage Landen beleven. Een ding is zeker, zij begroeten je met volle overtuiging en dat zijn wij niet gewoon.

BLOEDWORST EN KAAS                                                                                         OKTOBER 2017

Jacobus Hendrikus Speenhoff (°Kralingen, 23 oktober 1869 - Den Haag, 3 maart 1945) was een Neder-landse dichter, illustrator, zanger en kunstschilder en doet mij met zijn verzen uit ‘Bloedworst en kaas’ ongewild denken aan dingen uit mijn vaderland, daar waar mijn moeder mij spreken leerde. Ook de lekkere en smakelijke dingen waar ik zoveel van hou worden in dit stukje proza beschreven. Kinderlijk mooi met een duidelijke boodschap.

 

Geuren, kleuren en smaken kun je niet vergelijken en dat is evenzo voor mensen die zich op Tenerife bevinden. Resident of toerist, kortpassant of langverblijver, iedereen valt onder deze noemer. Het doet mij ook denken aan een topic op de sociale media waarin iemand vraagt om een kilogram kaas uit Nederland mee te brengen naar dit subtropisch eiland. Daarop begon de sociomolen opeens heel hard te draaien en was er een explosie aan commentaren en reacties. Alsof Don Quichote ten aanval trok tegen een windmolen geëscorteerd door een volledig bataljon.

 

Alsof er op Tenerife geen kazen zijn. Ik denk verder. We leven hier toch niet in een godverlaten boerengat! Hier is de tijd toch niet blijven stilstaan!

De vraag om een kilogram kaas over te vliegen heeft te maken met de smaak van de vraagsteller en het feit dat hij of zij misschien geen moeite heeft gedaan om na te gaan of de betreffende kaas van dit of dat merk al dan niet te verkrijgen is op een zonnig eiland ter grootte van tweeduizend vierkante kilometer.

 

Ook ik betrap me soms op innerlijke verlangens om de gastronomische cellen van mijn smaakpapillen te strelen en dan moet ik hard zoeken naar dat ene of andere product dat steevast in deze of gene winkel op mij ligt te wachten.

Bloedworst en kaas verwijst ook naar de noodzakelijke aanwezigheid van dingen die op dit eiland aanwezig zijn en als ik dan de reacties op de topic in detail verder lees, dan krijg ik het op de heupen. De vraag is enkel, doe ik het mét of zonder deze smaakmakers.

 

Als ik echt veel moeite heb gedaan om het gewilde product te vinden kan ik mij erbij neerleggen en dan denk ik maar, zonder kan ook, daarvan ga ik niet dood. Of ik kan uitgaan van het standpunt dat ik leef van het aanbod en dat wat niet is, nog kan komen.

 

Van nogal wat mensen die op het eiland komen overwinteren weet ik dat ze hun koffers volstouwen met producten uit het moederland. Koffie is daar een stevig voorbeeld van, maar ook pickles, witte azijn, oxo, tijdschriften en magazines, charcuterie en zelfs brood maken veelal een enkele vliegreis.

Maar dat is niet het enige. Er zijn hier nog een aantal dingen die ik echt mis, zoals voldoende parkeerplaatsen, verdraagzame mensen, goed onderhouden fiets- en andere wegen, en nog veel meer van deze broodnodige tekortkomingen. Maar ik mis geen Hema-winkel en ook geen Hollandse maatjes, geen Noordzeegarnalen, geen kaaswinkel en geen viswinkel, noch een broodje van Kootje ...

 

Op dit warme eiland geniet ik van alles wat het zelf voortbrengt en van de ontelbare dingen die door de lucht en over het water worden aangevoerd. En dat is nogal wat, geloof me. Niet één ding, voorwerp of zaak kan ik opnoemen dat hier niet verkrijgbaar is.

 

En ja, je vindt hier geen Aldi of Albert Hein, geen Action of Casa, geen Zeeman, geen Pabo of een overdekte skipiste. Ook het Atomium of de Eifeltoren staan hier niet. En omdat je hier sommige dingen niet vindt hoef je ook niet thuis te blijven. Dit is een absurde gedachtengang. Je vindt toch ook geen eeuwigdurende lente op de Noordpool of ijsberen in de Canarische wateren?

 

Thuisblijven enkel en alleen maar omdat je denkt iets te zullen missen, is geen optie. Tenerife is een godsgeschenk en daarvan moet je profiteren. Zagen en klagen doen zij die tijd over hebben en niet genoeg genieten van het totaalplaatje dat dit wondermooie eiland biedt.

En daarmee kom ik dicht in de buurt van Speenhoffs ‘Bloedworst en kaas’, waar de kaas gegeten wordt door een mens en de bloedworst terechtkomt in de maag van zijn hond.

 

Zo zie je maar.

GEVAARLIJKE ZWEMPARTIJ                                                                                 NOVEMBER 2017

Een eiland staat voor romantiek en verleiding, voor rust en sfeer, voor strand en water, voor vakantie en ontspanning. Dit zijn de kernwoorden die de harten van iedere lezer moeten veroveren bij het lezen van de beschrijving van een stukje land in de oceaan. Bij het lezen ervan moet je je in gedachten onmiddellijk kunnen verplaatsen naar deze exotische bobbel met een hoge punt er bovenop.

 

Maar niet alles is bloemengeur en zonnestraal, soms ligt het gevaar dichtbij om een hoekje te loeren. Soms zoek je dat zelf op en kom je dichter bij een incidentele toestand dan je zelf denkt. Ongevallen gebeuren steeds in relatie met de drie O’s: onverschilligheid, onvoorzichtigheid en onwetendheid. Eén van deze criteria is altijd voor 99% procent verantwoordelijk wanneer je de dieperik in tuimelt of als je het hoofd niet meer boven water kunt houden. En precies over dat laatste wil ik het hebben. Laat dit een waarschuwing zijn.

 

Een eiland is omringd door water, nogal wiedes ... en daardoor is er een lange kustlijn waar overal strandjes, rotsformaties en walletjes opduiken die uitnodigen tot waterplezier. En waar water is kun je verdrinken.

Bij verdrinking sterft een mens aan zuurstofgebrek door contact met het water. Men spreekt van verdrinking wanneer dit gebeurt door een overvloed aan vloeistof in de longen of bij verstikking door onderdompeling.

 

Wat sterven er veel mensen de verdrinkingsdood op Tenerife. Zoveel zelfs dat de gemeente Adeje een expertenteam heeft gevraagd om nader te onderzoeken wat, waarom en vooral hoe deze incidenten uit de wereld kunnen geholpen worden. Maar wij wachten niet op deze expertise en denken zelf even na over hoe je de risico’s op verdrinking kunt verminderen.

 

Bij een zware zeedeining of mar de fondo ontstaan er gigantische golven op de oceaan en een eiland is daar langs alle kanten bijzonder gevoelig voor, vooral dan de regio waar de zeewind het eiland in alle hevigheid bereikt. Dan stomen gigantische watermassa’s het eiland op en verwateren ze alles en iedereen die zich in deze omgeving bevindt. Ga nooit zwemmen onder deze omstandigheden, ook niet in de zeezwembaden. Deze nodigen weliswaar uit tot spectaculair zwemplezier maar staan ook garant voor een dodelijke afloop.

 

Je vermijdt best waaghalzerij door je te verplaatsen over rotsformaties die de grens afbakenen tussen land en water. Golven duiken op uit het niets en je bent een vogel voor de kat wanneer er een rolgolf over je heen raast. Nergens heb je houvast en tegen een dergelijke watermassa kun je niets beginnen.

 

Op 7 april 2017, in het gebied dat bekend staat als El Sifón tussen de stranden van Las Gaviotas en Las Teresitas, net buiten Santa Cruz, werden twee mensen van de rotspartijen geslagen. Een heeft het overleefd, weliswaar zwaar gekwetst, de ander is later levenloos teruggevonden.

 

Een dag eerder, op 6 april verdronk een man aan het strand Playa de la Burra in Las Galletas en op 5 april is een zwemmer verdronken nabij Playa de Almágica in het noorden. Op 29 maart 2017 werden drie mensen uit het zeezwembad in Puerto de la Cruz weggespoeld door een reuzengolf. Twee zijn verdronken, een blijft vermist. Dit toont aan dat je bij een mar de fondo nimmer het zeewater mag opzoeken. Mensen zoals jij en ik blijven klein en fragiel, maar vooral machteloos  tegenover al dat grove watergeweld.

 

Op jaarbasis heeft Tenerife een gemiddelde van een twintigtal verdrinkingen. Als deze trend zo doorgaat zal dat gemiddelde in 2017 ruim overschreden worden. Vandaar mijn oproep om niet te gaan zwemmen en kinderen van de waterlijn weg te halen als er een zware zeedeining staat. Hoe spectaculair dit fenomeen ook moge wezen.

 

De zeewatertemperatuur speelt ook een rol bij waterincidenten. De zonnige en warme omstandigheden verleiden menig individu om een afkoelende duik te nemen in de oceaan. Technisch gezien blijft het water, vooral in de winterperiode, koud en is dit mede de oorzaak van een hartfalen tijdens het zwemmen. Op 16 januari 2017 is op deze manier een 86-jarige Belgische toerist om het leven gekomen gedurende een zwempartij in Playa del Camisón. De   koudeshock heeft een hartstilstand veroorzaakt.

 

Dit is een reactie van het lichaam door een plotselinge onderdompeling in koud water. Hierbij zal het slachtoffer naar lucht happen, gevolgd door forse hyperventilatie die tot ruim 5 minuten kan aanhouden. De bloeddruk en hartslag stijgen dan snel, waardoor hartritmestoornissen kunnen optreden. De koudeshock zorgt er ook voor dat mensen niet kunnen blijven zwemmen en daardoor verdrinken.

 

Je zou verwachten dat deze koudeshock op Tenerife ondenkbaar is vanwege de hogere watertemperatuur. Met een slordige 19 °C in de winter en ruim 23 °C in de zomer zul je zeker niet bevriezen, maar medisch-technisch gezien is het water koud. Als je gaat zwemmen daalt de normale lichaamstemperatuur. Hoe langer je zwemt, hoe meer het lichaam afkoelt. Daardoor gaat het lichaam na een langer waterverblijf rillen. Dat zijn de eerste onderkoelingsverschijnselen die het belletje moeten doen rinkelen dat je je lichaam opnieuw moet opwarmen. Op dat ogenblik kom je best uit het water.

 

In het eerste kwartaal van 2017 kwamen op de Canarische Eilanden  reeds 27 personen om het leven door verdrinking. Dit is het triest record en het hoogste cijfer van alle Spaanse regio's. En nog blijft het kwaad voortduren. In de eerste twee weken van augustus 2017 tellen we vier overlijdens door verdrinking. In onze buureilanden gaat het ook niet goed: 5 doden op Fuerteventura, 2 op Gran Canaria en 1 op La Palma maken een totaal van 12 verdringen in twee weken tijd op de Canarische Eilanden.

 

Waar je ook kunt verdrinken is in een barranco. Er zijn duizenden kloven op het eiland die naar beneden wijzen. Ideale wandelpaden met een verhoogde moeilijkheidsgraad die geoefende (!) wandelaars uitdagen om deze te betreden. Als het daarboven begint te regenen dan stroomt alles naar de glooiingen en wordt het verzamelde water op natuurlijke wijze naar beneden afgevoerd. De waterstroom die zich op dat ogenblik exponentieel gaat ophopen raast als een gekke stier de hellingen af. Sta je op dit pad, dan kun je het vergeten. De kracht en de snelheid zijn zo immens dat je er machteloos tegen staat. Te vermijden dus.

 

Daarmee heb ik bij de geachte lezer één ‘O’ weggewerkt, met name Onwetendheid. De twee andere, Onvoorzichtigheid en Onverschilligheid moet je zelf wegschilderen.

 

Een gewaarschuwd persoon is er twee waard, misschien ook wel meer ...

KERST OP TENERIFE                                                                                             DECEMBER 2017

Ik zit te luieren op mijn balkonnetje. De zon schijnt, er drijven amper wolkjes voorbij en er staat een lichte zeebries. De temperatuur van het zeewater bedraagt nog 21 °C. en het land slokt de thermische zonnestraling op die het reflecteert in een zalige warme lucht van om en bij de 26 °C. Net op het moment dat iedereen zijn kerstmuts opzet, je overal how-how-how-muziek hoort en her en der zoevende wintersleden opmerkt.

 

De kerstversiering is opgehangen, overal en veel, soms fenomenaal veel zoals in Santa Cruz waar meer dan 1,3 miljoen lichtjes de donkere avonden en duistere nachten verlichten. Kerstbomen zijn alom aanwezig en waar ze niet staan nemen de palmbomen hun taak over. Ook struiken dienen als support voor die schitterende dingetjes.

 

Winkels en vitrines zijn uitgerust met props en prularia die wij allemaal kennen: slingers en bollen, sterren en kribben sieren menige locatie. Hoe groter de ruimte, hoe groter het aanbod.

Ook de kerstkribben, waarin het kindje, moeder en voedstervader, naast de os en de ezel de hoofdrolspelers zijn, springen spontaan uit het niets. De grotere exemplaren staan dan in de nabijheid van de kerstmarkten en zo weten we dat kerst nakende is.

 

Het zweet druppelt je over het voorhoofd, het is echt te warm om een kerstmuts op te zetten. Bij deze temperaturen draag je eerder niemendalletjes: een short, een loshangend hemdje, een fladderend jurkje, en je loopt op sandalen of slippers.

Het klimaat is hier anders. Als je de kerstperiode op Tenerife voor de eerste keer beleeft waan je je in een droom. Het weer is in niets te vergelijken met een kerst in de Lage Landen. Geen sneeuw en ijzel, geen wind en regen, geen gevaarlijke toestanden op de weg van en naar het feestgebeuren.

 

Je wordt op het eiland overvallen door een onwerke-lijk gevoel omdat je niet warm bent aangekleed en omdat je je niet kunt verwarmen aan de vuurkorven en aan de gluhwein. Hier beland je in een sprookje, in een irreële wereld waar de content niet past in het decor. Of toch?

Reisden de drie wijze mannen in de sneeuw naar Bethlehem of onder een loden zon? Dat weten we niet echt. Het enige wat we weten is dat ze zich gedurende de nacht verplaatsten omdat ze een staartster volgden die de stal aanwees.

 

En een Canarische kerstavond kun je vooral niet vergelijken met deze in de Lage Landen. De kerst-maaltijd op de eilanden is eerder sober en daarmee bedoel ik dat er geen overdreven luxe op tafel komt. Wat wel in een overtreffende trap wordt aangediend is de verscheidenheid aan dingen die op deze memorabele avond zullen gegeten worden. Net alsof je één grote tapastafel aanzit en tussen het gepeuzel door geniet van alle kleine dingen die je op dat moment overvallen.

 

Ik heb het in het verleden meermaals beleefd, een echte onvervalste en pure Canarische kerstavond.

Ik heb steeds genoten van een ongecompliceerde kersttafel, zonder overbodige luxe maar met de broodnodige ingrediënten, waarbij respect en eer-bied, humor en eerlijkheid centraal stonden. Geen spoor van afgunst, vijandigheid, verbittering en denigratie op te merken. Deze negatieve waarden des levens zijn in de verste verte niet te bespeuren. En zo hoort het ook op deze vredige kerstnacht.

 

De tafel dekt ieder jaar een traditionele maaltijd. Queso de cabra (geitenkaas), aguagates rellenados (gevulde avocados), pichitos (brochetjes), gambas al aljillo (gambas in look), papas arrugadas (ver-schrompelde aardappeltjes), cordero asado (gegrild lamsvlees) en een resem aan dulces of zoetigheden worden op tafel gezet.

Rond de tafel wordt er met meer dan animo gedis-cussieerd, gegesticuleerd en gelachen; Canariërs maken heel veel lawaai als ze samen troepen maar hun eerlijkheid komt recht uit het hart en het volume dat ze produceren recht van hun goed ontwikkelde stembanden.

 

Als ik nadien de korte wandeling naar huis aanvang beleef ik deze als een nostalgische droom. De zachte bries voelt warm aan en doet mij denken aan hen die ik in het frisse noorden heb achtergelaten.

Het dorp is leeg, de huizen daarentegen zitten vol met families en vrienden van die families die samen deze kerstnacht beleven met heel veel warmte. Ik wandel voorbij de huizen waar de kerstlichtjes branden en op zodoende het dorpsdecor nog meer oplichten in een ongekunstelde kerstsfeer.

Door de wolken is de maan te zien die mij eerder doet denken aan halloween dan aan kerst. De aanblik doet  het nostalgisch gevoel nog toenemen.

 

De palmen wiegen zachtjes in de bries, de golven spoelen voorzichtig over het strand. Wat een zalige nacht!

Lang geleden, heel lang geleden is een kindje geboren, in een bakske vol met stro  halleluja, hallo!

Dit is het moment om aan u allen mijn kerstwensen over te maken.

Fijne kerst aan iedereen, feliz navidad a todos.